Skip to content

Van altijd ‘AAN’ naar meer innerlijke rust en ontspanning

Je hoeft even niks, en toch sta je 'aan'

Misschien herken je dit wel; je hebt eindelijk een rustig moment. De kinderen slapen, je hoeft nergens meer naartoe en voor vandaag staat er niets meer op de planning. Je ploft op de bank, maar echt ontspannen lukt niet. Je been blijft wiebelen, je hoofd gaat nog alle kanten op en ergens vanbinnen blijft het maar doorgaan.

Ook op vakantie kan dat ineens zichtbaar worden. De eerste dagen ben je misschien vooral moe, prikkelbaar of zelfs ziek. Alsof je lijf pas durft te stoppen wanneer het eindelijk ‘mag’.

En als je wat bent bijgekomen, duurt het vaak ook nog even voordat je merkt dat je schouders zakken, je adem dieper wordt en je hoofd wat stiller. Om vervolgens na twee dagen werken alweer te denken: waar is die ontspanning gebleven? 

Best frustrerend. Maar als je gewend bent om altijd alert te staan, te regelen en door te gaan, is niks doen nog niet hetzelfde als ontspannen. 

Waarom ontspannen zo lastig kan zijn, ook als je niks hoeft

Wat hier speelt is geen gewoonte die je jezelf hebt aangeleerd en met wat discipline weer kunt afleren. Het is een diepe staat van je zenuwstelsel. Je systeem staat afgesteld op paraat zijn, en die afstelling gaat niet uit omdat je toevallig een vrije avond hebt.

Daarom lukt het wel om af en toe even te ontspannen, maar niet om ook echt ontspannen te ZIJN. Hieronder leg ik uit hoe dat precies zit, waarom het zo hardnekkig is en wat er dan wél voor nodig is.

Ontspanning bestaat uit twee dingen

Het eerste is onderhoud. Je lichaam geregeld de kans geven om spanning kwijt te raken, door te bewegen, te schudden, te ademen, te wandelen. Dat zijn vaardigheden en tools die eenvoudig te leren zijn. Wat voor jou werkt is bovendien iets persoonlijks, want de een ontlaadt in hardlopen en de ander in dansen of zingen. Het gaat erom te ontdekken welke manier van ontladen bij jou past.

Het tweede gaat dieper. Er is namelijk iets wat die spanning steeds opnieuw aanmaakt, ook op momenten dat er geen enkele aanleiding is. Zolang dat blijft draaien, blijf je dweilen met de kraan open. Om daar iets aan te veranderen, helpt het om te begrijpen wat je zenuwstelsel eigenlijk aan het doen is.

Hoe je brein je probeert te helpen

Binnen de neuropsychologie wordt het brein gezien als een systeem dat voortdurend voorspellingen maakt over wat er gaat gebeuren. Het wacht niet af wat er gebeurt en kijkt dan wat het ermee moet. Je brein maakt voortdurend een inschatting van wat er zo dadelijk komt, en die inschatting baseert het op wat je eerder hebt meegemaakt.

Dat is op zichzelf briljant, en het klopte ooit ook. Je systeem heeft die inschatting gemaakt in een situatie waarin hij precies bij de werkelijkheid paste. Het probleem is dat diezelfde oude voorspelling nu over het heden heen wordt gelegd. Je zenuwstelsel bereidt zich voor op de wereld van toen, terwijl je in de wereld van nu leeft.

Datzelfde geldt voor de binnenkant van je lichaam. Je brein zorgt vooruit dat je de energie hebt die het denkt straks nodig te hebben. Voordat je opstaat gaat je bloeddruk al omhoog. Voordat je dat lastige gesprek ingaat, klopt je hart al sneller.

Waarom de spanning er al is nog voordat je dag echt begint

Die spanning in je schouders op maandagochtend is dus een voorbereiding. Je systeem heeft alvast begroot dat er kracht, alertheid of inspanning nodig gaat zijn. Je lichaam maakt zich klaar voor actie, om te doen wat het denkt dat er nodig is.

Maar als die klaargezette energie vervolgens niet echt wordt gebruikt of afgevoerd, kan je lichaam in die staat blijven hangen. Je blijft gespannen, ook als er op dat moment niets is om gespannen voor te zijn.

Dat verklaart ook waarom een vakantie of een dagje vrij soms maar tijdelijk helpt. De omstandigheden veranderen wel, maar de voorspelling eronder verandert niet automatisch mee. Je agenda is leeg, maar je lichaam verwacht nog steeds dat er iets moet gebeuren.

Waar die voorspelling vandaan komt

De meest bepalende ervaringen zijn de vroegste. Een baby kan zichzelf niet kalmeren, dat komt van buiten. Het gezicht dat terugkijkt, de stem die zachter wordt, de armen die opvangen. Duizenden van die kleine momenten leren een zenuwstelsel wat het kan verwachten. Wat gebeurt er als ik huil? Als ik boos ben? Als ik iets nodig heb?

Die verwachtingen zijn gevormd voordat je woorden had. Ze zitten dus niet in je hoofd als gedachte, ze zitten in je lijf als verwachting. En omdat je veiligheid er ooit van afhing, staat het volume ervan hoog. Als ik het goed doe, blijft het rustig. Als ik zorg voor de ander, hoor ik erbij. Als ik iets nodig heb, ben ik te veel.

Zo’n zin voelt niet als een overtuiging die je hebt. Die voelt als hoe de wereld nu eenmaal is.

Waarom die verwachting niet vanzelf wordt bijgesteld

Normaal past je brein zijn inschattingen keurig aan. Je verwacht dat de hond bijt, de hond likt je hand, je voorspelling wordt anders. Zo leer je.

Bij ervaringen die vroeg en langdurig waren, gebeurt dat niet automatisch. De verwachting blijft staan, hoe vaak het heden ook iets anders laat zien. Dat komt doordat het tegenbewijs niet echt binnenkomt. Je gaat de situaties waarin het zou kunnen gebeuren liever uit de weg. Of je bent er wel, maar je voelt het niet omdat je op zo’n moment ergens boven je eigen ervaring hangt. Of je bent zo alert dat je altijd wel een signaal vindt dat de oude verwachting bevestigt.

En dan is er nog iets; je richt je leven (onbewust) zo in dat de verwachting nooit wordt getest. Wie verwacht dat een nee tot afwijzing leidt, zegt nooit nee. Er komt dan ook nooit bewijs van het tegendeel binnen. Dat is geen onwil en al helemaal geen zelfsabotage. Het is een overlevingsmechanisme dat ooit uitstekend werkte, in een tijd waarin het echt niet veilig was om te toetsen of het anders kon.

Alleen zit datzelfde mechanisme je nu in de weg. Dat is ook precies waarom je grens voelen voordat je hem kunt aangeven zoveel meer is dan een communicatievaardigheid.

Waarom inzicht hier zo weinig aan veranderd

Je kunt haarfijn weten waar je spanning vandaan komt. Je kunt je gezin van herkomst uittekenen, de patronen benoemen, het herkennen in je moeder en in je oma. En toch trekken je schouders omhoog zodra je je telefoon ziet oplichten.

Dat is geen kwestie van te weinig doorzetten. Inzicht leeft in de laag van woorden, hoog in het systeem. De verwachting die je zenuwstelsel aanstuurt, is veel eerder gebouwd en ligt veel dieper. Een correctie bovenin sijpelt niet vanzelf naar beneden, want je brein heeft geen enkele reden om een goede gedachte zwaarder te laten wegen dan een lichamelijke verwachting waar ooit je overleven van afhing. Dit is de kern van waarom snappen niet hetzelfde is als veranderen.

Wat je systeem nodig heeft, is bewust een nieuwe ervaring opdoen die ook werkelijk binnen kan komen. En niet één keer, maar herhaaldelijk.

Hoe echte verandering ontstaat

Diepere ontspanning ontstaat niet doordat je jezelf vertelt dat je nu toch echt eens moet ontspannen. Je lichaam heeft nieuwe ervaringen nodig die laten zien: het kan ook anders. En dat werkt het beste in kleine stapjes, op een manier die voor jou te doen is.

Want als iets te veel of te snel gaat, voelt het al gauw alsof je oude verwachting toch klopt. Je schiet weer in de spanning, trekt je terug of gaat juist extra hard je best doen. Niet omdat je niet wilt veranderen, maar omdat het simpelweg te veel is.

Denk bijvoorbeeld aan iemand die gewend is geraakt om anderen niet helemaal te vertrouwen. Een warme reactie van een ander kan dan best fijn zijn, maar ook ongemakkelijk voelen. Je hoeft jezelf dan niet te dwingen om die warmte meteen helemaal toe te laten. Misschien kun je er een klein beetje van voelen. Tien procent. En even merken: dit is nieuw, maar het is oké.

Juist die kleine momenten maken verschil. Je ervaart iets anders dan je gewend bent en je lichaam krijgt de kans om daar langzaam aan te wennen. Zo wordt wat eerst spannend was, stap voor stap iets wat je steeds beter kunt verdragen.

Van begrijpen naar ervaren met lichaamsgerichte therapie

Als je lange tijd gewend bent om alert te zijn, zit die spanning niet alleen in je gedachten. Je lichaam heeft die manier van reageren als het ware ook geleerd. Het reageert op de -meestal onbewuste- voorspellingen van je brein. Je schouders spannen zich aan, je adem wordt oppervlakkiger, je buik trekt samen of je voelt een onrust die je niet goed kunt plaatsen.

Je kunt jezelf rationeel vertellen dat het allemaal wel meevalt, maar je lichaam kan ondertussen iets heel anders vertellen. Daarom is het zo belangrijk om niet alleen te begrijpen wat er met je gebeurt, maar ook te leren voelen wat er in je lichaam gebeurt. Juist daar kun je nieuwe ervaringen opdoen, in kleine stapjes die je systeem kan verdragen. En precies daar is lichaamsgerichte therapie zo helpend.

Je leert steeds beter herkennen wat je lichaam je vertelt: waar spanning zit, wanneer die oploopt en wat er gebeurt als je er even bij blijft. Dat groeiende lichaamsbewustzijn helpt je om eerder te merken wat je nodig hebt en om niet pas in actie te komen wanneer je al helemaal over je grens bent.

Van daaruit kun je ook heel bewust oefenen met iets nieuws. Je hoeft niet meteen midden in de spanning te blijven. We bewegen juist steeds een beetje heen en weer: tussen wat spannend of moeilijk voelt en een plek in je lijf waar het rustiger is. Je merkt de spanning op en gaat vervolgens weer terug naar iets wat prettig, vertrouwd of rustig voelt. Zo ervaart je lichaam: ik kan dit voelen. Ik kan hier blijven. En ik kan weer terug naar rust.

Zo krijgt je zenuwstelsel steeds opnieuw een andere ervaring. Niet alleen ik weet dat het veilig is, maar steeds meer: ik voel dat het veilig is. En hoe vaker je dat ervaart, hoe groter de ruimte wordt waarin je kunt voelen zonder overspoeld te raken. Bovendien kun je in therapie ervaren dat je niet altijd alert hoeft te zijn, dat je steun kunt ontvangen en dat je niet alles zelf hoeft op te lossen. Zodat het langzaam maar zeker mogelijk wordt om meer te vertrouwen; op jezelf én op de ander. 

Spanning in contact met anderen

Sommige oude verwachtingen gaan vooral over contact met anderen. Misschien heb je geleerd dat je beter niet te veel kunt vragen, dat je rekening moet houden met de ander of dat je jezelf beter een beetje kunt aanpassen. Want als je te veel ruimte inneemt, raak je de ander misschien kwijt.

Zo’n verwachting verandert niet alleen doordat je erover nadenkt. Je hebt ook nieuwe ervaringen nodig in contact met iemand anders.

In de therapiekamer kun je bijvoorbeeld iets uitspreken wat je normaal zou inslikken. Je merkt de spanning op die dat oproept en ervaart dat ik blijf luisteren. Ik wijs je niet af en neem het niet meteen van je over. En als we elkaar eens niet goed begrijpen, kunnen we dat samen onderzoeken en herstellen.

Juist zulke momenten kunnen iets nieuws laten ervaren. Een verschil van mening hoeft niet te betekenen dat het contact verloren gaat. Je mag iets nodig hebben zonder dat je daarmee te veel bent. En je hoeft niet alles goed te doen om welkom te zijn.

Je lichaam heeft ontlading nodig

Naast het opdoen van nieuwe ervaringen heeft je lichaam ook geregeld de kans nodig om spanning kwijt te raken. Denk aan een stevige wandeling na een moeilijk gesprek, even schudden op muziek of hard meezingen in de auto. Je hoeft daar geen ingewikkeld iets van te maken. Het gaat erom dat je ontdekt wat jou helpt om spanning af te voeren en weer wat meer ruimte in je lijf te voelen.

Het is zonder twijfel heel waardevol om te ontdekken wat hierbij voor jou het beste werkt. Maar het lost niet automatisch de onderliggende verwachting op die de spanning steeds opnieuw aanmaakt. Daarvoor is meer nodig dan af en toe ontladen. Je leert ook herkennen wat je systeem steeds opnieuw activeert en ervaart stap voor stap dat het anders kan.

Judith en de zondagavond

Neem Judith, 40 jaar, twee kinderen, drie dagen werken. Haar zondagavonden waren jarenlang hetzelfde. Zodra het stil werd in huis, ging ze opruimen en de planning voor de week doornemen. Daarna keek ze nog wat tv en las een boek, maar in bed lag ze nog minstens anderhalf uur wakker.

Ze wist waar het vandaan kwam. Een moeder die de boel maar net draaiende hield, en een oudste dochter die vroeg leerde dat het thuis goed ging zolang zij overzicht had. Dat verhaal kon ze uitstekend vertellen, maar haar zondagavonden veranderden er niet van.

Wat wel iets deed, was klein en lichamelijk. Ze leerde opmerken wat er in haar buik gebeurde op het moment dat het stil werd in huis. Daaronder zat onrust, en onder die onrust een diepe angst dat er iets misgaat als zij niet oplet. In plaats van meteen op te staan en iets te gaan doen, bleef ze daar even bij, en daarna zocht ze bewust een plek in haar lijf op waar het wél rustig was. Heen en weer. Eerst tien seconden, later langer.

Daarna deed ze iets wat spannender was. Ze zei tegen haar partner dat ze zaterdag niets ging plannen. Geen uitleg, geen aanbod om het goed te maken. Hij vond het prima. Haar systeem noteerde iets wat het niet had verwacht. Ik neem ruimte in en er stort niets in.

De stap daarna ging over het overzicht zelf. Judith droeg dat al jaren alleen, zonder dat iemand daar ooit om had gevraagd. Ze begon dingen echt uit handen te geven. De gymtassen, de verjaardagen op school, het weekmenu. Niet als lijstje dat ze aan haar partner overhandigde met instructies erbij, maar als hele taak, inclusief het denken eraan. Dat voelde in het begin ongemakkelijker dan het zelf blijven doen, want zolang zij het deed wist ze tenminste zeker dat het goed ging.

En toen ging het inderdaad een keer mis. Haar zoon kwam op maandag zonder gymtas op school aan. Precies daar zat het echte werk. Want in dat moment kwam alles omhoog wat ze kende. Het gevoel dat ze had gefaald, dat een goede moeder dit had voorkomen, dat ze het beter zelf had kunnen blijven doen. Wat ze inmiddels kon, was daarbij blijven. De schaamte voelen zonder er meteen iets mee te doen, merken hoe haar borst samentrok, ademen, en het laten zakken. Zonder verwijt naar haar partner en zonder verwijt naar zichzelf. Daarmee gaf ze de mensen om haar heen ook de ruimte om zelf te leren van een fout, iets wat ze eerder altijd voor iedereen had weggepoetst.

Een half jaar later zijn haar zondagavonden nog steeds haar minst prettige avond van de week. Ze ligt er alleen niet meer wakker van. En er is iets bijgekomen wat ze niet had zien aankomen; ze ervaart meer steun van haar partner. Het reilen en zeilen van het gezin is iets van hen samen geworden, en dat geeft ademruimte en rust die ze met geen enkele ontspanningsoefening had kunnen organiseren.

Wat er veranderd als het model verschuift

Ontspanning die op deze manier ontstaat, voelt anders dan ontspanning die je met wilskracht afdwingt. Je hoeft er niets voor te doen, want er is simpelweg minder om je tegen te wapenen.

Je merkt het aan kleine dingen. Je valt makkelijker in slaap. Je bent minder snel geïrriteerd op momenten die dat niet rechtvaardigen. Je kunt op een vrije middag daadwerkelijk op de bank zitten zonder dat er iets in je omhoog komt dat zegt dat je nuttiger bezig moet zijn. En alle energie die het kostte om permanent paraat te staan, komt beschikbaar voor dingen waar je wel wat aan hebt.

Dat gaat niet in een weekend. Een verwachting die dertig of veertig jaar heeft gedraaid, wordt herschreven door herhaling. Maar elke keer dat je systeem iets meemaakt wat tegen de oude verwachting ingaat, verschuift er iets wezenlijks. 

Van elkaar mogen leren

In individuele therapie kun je diepgaande ervaringen opdoen en je eigen zenuwstelsel beter leren kennen. Ook leer je daar wat je nodig hebt om ontspanning meer vanzelf te laten gaan. 

Maar juist omdat herhaling de sleutel is, is een tijdje meedoen aan één van mijn groepen of trainingen ook heel waardevol. Je oefent daar niet maar één keer met iets nieuws, maar maandenlang met verschillende mensen en in steeds andere situaties.

Iets zeggen wat je normaal inslikt terwijl acht mensen naar je kijken. Merken dat er niemand wegloopt. Ruimte innemen en ervaren dat de ander blijft. En daarbij zie je ook nog eens hoeveel anderen worstelen met precies dezelfde dingen, wat op zichzelf al iets doet met het idee dat er iets mis is met jou.

Dat maakt van een groep een oefenruimte waarin je zenuwstelsel keer op keer nieuwe informatie krijgt. Precies wat er nodig is om een oude verwachting stap voor stap te laten verschuiven.

Wil je ontdekken wat jou helpt om écht te ontspannen?

Als je herkent dat ontspannen lastig is, terwijl je wel vanalles hebt geprobeerd, dan zit het waarschijnlijk op een diepere laag. Dat betekent niet dat je het verkeerd doet. Het kan zijn dat je lichaam nog steeds reageert op oude verwachtingen, ook al is je leven inmiddels veranderd.

In lichaamsgerichte therapie onderzoeken we samen wat er bij jou gebeurt en wat je nodig hebt om daar verandering in te brengen. Niet door jezelf nog harder aan te pakken, maar door stap voor stap nieuwe ervaringen op te doen die je lichaam ook werkelijk kan opnemen.

Benieuwd of lichaamsgerichte therapie bij je past? Je bent welkom voor een gratis sessie van een halfuur. Dan kijken we samen waar je tegenaan loopt en wat je nodig hebt om meer ontspanning en ruimte te ervaren. Ik ontmoet je graag!