Skip to content

Van streng voor jezelf naar meer tevredenheid en zelfacceptatie

Voor iedereen mild, behalve voor jezelf

Voor je collega heb je alle begrip als ze een deadline mist. Voor je vriendin een luisterend oor als ze weer twijfelt aan zichzelf. Maar voor jezelf geldt een andere maatstaf. Daar klinkt het ongeveer zo:

“Kom op, doe niet zo moeilijk.” “Waarom lukt dit anderen wel gewoon.” “Zeur niet, je hebt het toch prima voor elkaar.”

Die strengheid voelt inmiddels zo vertrouwd dat je bijna vergeten bent dat het ook anders kan. Of misschien wíl je wel wat vriendelijker zijn voor jezelf, maar ja, hoe dan?

Waar die strenge stem vandaan komt

Om daar antwoord op te geven is het nodig om eerst te snappen waarom die innerlijk stem er eigenlijk is en wat hij of zij probeert te bereiken. Want geloof het of niet, die stem heeft goede bedoelingen. Maar daarover later meer. 

Om bij het begin te beginnen: die stem is niet uit het niets ontstaan en je hebt hem ook nooit bewust gekozen. Hij ontstond toen je nog heel klein was, als antwoord op wat je in jouw gezin van herkomst aantrof. 

En toen was dat de allerbeste (onbewuste) strategie om te dealen met het ervaren van een bepaald gemis. Let me explain. 

Waarom het helpt om te denken dat alles aan jou ligt

Stel je voor. Je bent een klein kind, dus volledig afhankelijk van de mensen om je heen. Zij zijn jouw wereld. Zij zorgen voor je, troosten je, beschermen je en geven je het gevoel dat je erbij hoort. Maar stel dat dat niet altijd lukt. Dat je vaak alleen bent met je verdriet. Dat je niet genoeg aandacht krijgt, je niet echt gezien voelt of dat er weinig ruimte is voor jouw boosheid, angst of behoefte aan nabijheid. Wat moet je dan?

Je kunt als klein kind nog niet denken: mijn ouders kunnen mij niet geven wat ik nodig heb. Zij hebben hun eigen geschiedenis, hun eigen beperkingen, dit ligt niet aan mij. Dat is veel te ingewikkeld. En eigenlijk is het ook veel te bedreigend. Want als degene van wie jij volledig afhankelijk bent niet beschikbaar is, wie zorgt er dan voor jou? Dus zoekt je kinderlijke brein een andere verklaring: dan zal het wel aan mij liggen.

En gek genoeg geeft dat ook een beetje houvast. Want als het aan jou ligt, kun je er misschien iets aan doen. Misschien moet je liever zijn. Minder huilen. Niet zo boos doen. Beter je best doen. Slimmer zijn. Makkelijker. Aardiger. Minder lastig. Zo ontstaat langzaam een innerlijke stem die je vertelt hoe je moet zijn om liefde, aandacht en verbinding niet kwijt te raken. Een stem die ooit bedoeld was om je veilig te houden, maar die je jaren later nog steeds streng toespreekt alsof er ieder moment iets mis kan gaan als je niet aan die oude regels voldoet.

Hoe aanpassen je leven heeft gered

Een concreet voorbeeld: je bent zes jaar en je wordt boos omdat je moeder iets belooft en het vervolgens niet doet. Je stampt met je voeten en roept: “Ik vind jou stom!” Je moeder wordt daar heel boos van of trekt zich juist terug. Je voelt meteen: mijn boosheid kost me verbinding.

Je kunt dan niet denken: mijn boosheid is eigenlijk een gezonde reactie op teleurstelling en mijn moeder kan daar niet goed mee omgaan. Je leert eerder: boos zijn is gevaarlijk. Als ik boos ben, raak ik iemand kwijt. En voor een jong kind is dat geen optie, want je bent letterlijk voor je leven afhankelijk van je verzorgers.

Dus slik je je boosheid in. Je past je aan. En ergens vanbinnen ontstaat een stem die zegt: niet zo lastig doen, hou je in, wees lief.

Waarom die stem nooit tevreden is

Het gaat dus eigenlijk over onvervulde (hechtings)behoeften van vroeger. Aan gezien worden, welkom zijn, bevestiging, ruimte om te voelen wat je voelt. Kortom: aan liefdevolle, onvoorwaardelijke aanwezigheid. Als die er onvoldoende was, beschermt de innerlijke criticus je tegen het voelen van hoe pijnlijk dat werkelijk is.

Maar het tragische is: die behoeften worden niet vervuld door nog harder je best te doen. En dus blijft de stem doorgaan. Hij vindt steeds nieuw bewijs dat het toch aan jou ligt, jaagt je op en legt de lat telkens een stukje hoger. Je moet liever. Beter. Slimmer. Minder lastig.

Onder al die kritiek ligt uiteindelijk de pijn van wat er vroeger ontbrak: liefde, waardering, erkenning, veiligheid, het gevoel dat je ertoe deed. Precies die pijn was ooit de reden dat deze stem ontstond. Om je daar tegen te beschermen.

Je innerlijke criticus is geen vijand

Dat geeft gelijk een andere kijk op zo’n strenge stem. Want de innerlijke criticus wordt vaak neergezet als een tegenstander die je moet verslaan. En dat is misschien ook niet zo gek, want al die kritische gedachten zijn vaak heel pijnlijk. Het gevoel van tekortschieten, er niet toe doen of niet te deugen is ontzettend naar. Toch is het in de kern een beschermingsmechanisme. Tegen een pijn die nóg erger is dan al die zelfafwijzing en die ooit, toen je klein was, zelfs onverdraaglijk was.

Je innerlijke criticus leren kennen als beschermer verandert het gevecht in iets heel anders. Je hoeft die stem dan niet langer te overtuigen of het zwijgen op te leggen, je kunt er nieuwsgierig naar worden. Door te ontdekken wat hij voor je probeert te doen én hem te laten zien dat er in het Nu ook een andere weg is, kan hij veranderen in een bondgenoot die je scherp houdt. Maar zonder je nog langer het gevoel te geven dat je eigenlijk niet deugt.

Hoe je eigenwaarde ontwikkelt

Voel je je niet goed genoeg, dan is de automatische beweging vaak: harder werken, meer bewijzen, strenger zijn voor jezelf. Maar daarmee bevestig je onbewust precies de overtuiging die onder de innerlijke criticus ligt: ik ben pas goed genoeg als ik iets bereik, er goed uitzie, succesvol ben of mijn leven op orde heb.

Maar echte eigenwaarde ontstaat niet door wat je doet of bereikt. Ze groeit uit liefde, erkenning en verbinding met wie je bent. Je kunt jezelf niet naar onvoorwaardelijke eigenwaarde toe presteren. De weg van nooit goed genoeg naar meer ontspanning loopt daarom niet via nóg meer je best doen, maar via iets anders: ervaren dat je waardevol bént, los van wat je doet of laat.

Zelfacceptatie zit niet in je hoofd

Van denken naar voelen

Zelfacceptatie is niet jezelf ervan overtuigen dat je goed genoeg bent. Het is het vermogen om aanwezig te blijven bij alles wat er in je leeft: je verdriet, boosheid, verlangen, onzekerheid én plezier. Jezelf steeds opnieuw welkom heten, precies zoals je op dat moment bent.

Dat lukt alleen als je je vanbinnen veilig genoeg voelt om te voelen wat er te voelen is. En die veiligheid zit niet in je hoofd, maar in je lichaam. Je lichaam laat je voelen: ik hoef mezelf niet te verlaten om erbij te horen. Precies daar begint de beweging van jezelf afwijzen naar je gevoel werkelijk toelaten.

De rol van je lichaam

Lichaamsgerichte therapie werkt daarom met ervaren in plaats van met overtuigen. Er gebeuren twee dingen naast elkaar, en ze zijn allebei onmisbaar.

Het eerste is dat je leert je aandacht te brengen naar de plekken waar die oude bescherming zich in je lichaam heeft vastgezet. Vaak merk je dat in je kaak, je schouders, je buik of je ademhaling. Door daar met aandacht bij te blijven, in plaats van er automatisch overheen te stappen, ontstaat er ruimte. Je leert steeds eerder voelen wat er in je gebeurt, ook bij grenzen die je voorheen pas achteraf opmerkte.

Nieuwe ervaringen opdoen in contact

Het tweede is minstens zo belangrijk. Je zenuwstelsel doet nieuwe ervaringen op in contact met een ander mens, in dit geval met mij als therapeut. Het leert signalen van veiligheid herkennen én, wat vaak nog lastiger is, ze ook werkelijk aannemen.

Dat is precies de ervaring die vroeger ontbrak. Iemand die kalm en gereguleerd blijft terwijl alles in jou er mag zijn. Die blijft, ook als het spannend wordt, in plaats van boos te worden of uit contact te gaan.

En als er een breuk ontstaat in dat contact (iets dat onvermijdelijk is), dan benoemen we die breuk en herstellen we hem samen. En juist dat vermogen tot repareren is zo cruciaal om meer vertrouwen te krijgen; in jezelf en in de ander. 

Liever worden voor jezelf

Langs die weg leer je iets wat je met denken alleen nooit voor elkaar krijgt. Bij jezelf aanwezig blijven, wat je ook voelt. Met zachtheid en compassie kijken naar je pijn en naar al je overlevingsdelen, de innerlijke criticus incluis, in plaats van jezelf af te wijzen, te veroordelen of snel te willen fixen.

En juist daar begint er iets te veranderen. Hoe meer jij er voor jezelf kunt zijn, hoe minder hard die criticus hoeft te werken. Zodra je de oude pijn niet langer hoeft weg te duwen, maar haar durft te voelen en erbij kunt blijven, is zijn belangrijkste taak minder nodig. De bescherming tegen die pijn hoeft niet meer zo sterk te zijn. En dus verzacht de criticus vanzelf.

Van criticus naar bondgenoot

Hoe meer jij er voor jezelf kunt zijn en hoe meer je lichaam ervaart dat het gevaar van vroeger voorbij is, hoe minder hard die criticus hoeft te werken. De toon wordt milder, de frequentie lager.

En als die stem nog scherp uit de hoek komt, herken je hem als een oud beschermingsmechanisme, niet als de waarheid over jou. Je hoeft hem niet meer te geloven. Hij mag je nog steeds waarschuwen en risico’s inschatten, maar van strenge bewaker wordt hij een raadgever: iemand naar wie je kunt luisteren, zonder automatisch te doen wat hij zegt.

Sanne, 43 jaar, moeder van Rosa (10 jaar)

“ Gisterenavond bracht ik mijn dochter naar bed. Ze wilde nog iets vertellen, maar ik was moe en snauwde: “Nu is het echt klaar, ik heb hier geen tijd meer voor.” Later op de bank voelde ik meteen die bekende druk op mijn borst en spanning in mijn buik. En daar kwam hij: “Zie je wel. Wat ben ik toch voor moeder? Ze had je nodig en jij was weer zo kortaf.”

Vroeger ging ik daar meteen in mee. Ik zou echt het gevoel hebben dat ik een waardeloze moeder ben. Nu probeer ik eerst te voelen wat er in mijn lijf gebeurt. Ik merk de spanning, voel mijn voeten op de grond en adem even rustig door. En als ik daar blijf, merk ik dat er onder die kritiek iets anders zit: verdriet. Ik had er graag anders willen zijn voor mijn dochter. En ik was gewoon moe.

Dat maakt ruimte voor iets nieuws. Ik hoef mezelf niet af te straffen om te erkennen dat ik iets anders had willen doen. Misschien zegt die kritische stem ook wel iets nuttigs: misschien moet je morgen iets eerder je laptop dichtdoen. Daar kan ik naar luisteren. Maar ik hoef niet meer te geloven dat één snauw betekent dat ik een slechte moeder ben. Ik kan iets doen waar ik spijt van heb, het goedmaken en mezelf toch een ‘goed genoeg’ moeder vinden.”

Wat er verschuift als je milder wordt voor jezelf

Wanneer die verschuiving zich voltrekt, hoef je jezelf niet meer voortdurend te bewijzen om rust te voelen. Een foutje is dan een foutje en geen bewijs dat je faalt. Je merkt dat je makkelijker geniet van iets goeds, zonder dat er meteen een stem opstaat die zegt dat het eigenlijk beter had gekund. Je merkt ook dat je eerder voelt wanneer iets te veel van je vraagt, waardoor je op tijd iets anders kunt kiezen.

Dat is het gevolg van een veranderde relatie met jezelf, opgebouwd via je lichaam en via nieuwe ervaringen in contact.

Plan een gratis sessie

Ben je klaar met steeds maar aan jezelf werken, maar verlang je wel naar echte verandering? Naar een vriendelijker contact met jezelf, waarin je niet steeds hoeft te verbeteren, maar mag leren om liever voor jezelf te worden?

Dan is lichaamsgerichte therapie een hele geschikte ingang, doordat je werkelijk van binnenuit gaat ervaren wat er nodig is om te kunnen verzachten. Ik nodig je van harte uit voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek, zodat we samen kunnen voelen of dit jouw volgende stap is.