Van altijd ‘AAN’ naar meer innerlijke rust en ontspanning

Van altijd ‘AAN’ naar meer innerlijke rust en ontspanning

Je hoeft even niks, en toch sta je 'aan'

Misschien herken je dit wel; je hebt eindelijk een rustig moment. De kinderen slapen, je hoeft nergens meer naartoe en voor vandaag staat er niets meer op de planning. Je ploft op de bank, maar echt ontspannen lukt niet. Je been blijft wiebelen, je hoofd gaat nog alle kanten op en ergens vanbinnen blijft het maar doorgaan.

Ook op vakantie kan dat ineens zichtbaar worden. De eerste dagen ben je misschien vooral moe, prikkelbaar of zelfs ziek. Alsof je lijf pas durft te stoppen wanneer het eindelijk ‘mag’.

En als je wat bent bijgekomen, duurt het vaak ook nog even voordat je merkt dat je schouders zakken, je adem dieper wordt en je hoofd wat stiller. Om vervolgens na twee dagen werken alweer te denken: waar is die ontspanning gebleven? 

Best frustrerend. Maar als je gewend bent om altijd alert te staan, te regelen en door te gaan, is niks doen nog niet hetzelfde als ontspannen. 

Waarom ontspannen zo lastig kan zijn, ook als je niks hoeft

Wat hier speelt is geen gewoonte die je jezelf hebt aangeleerd en met wat discipline weer kunt afleren. Het is een diepe staat van je zenuwstelsel. Je systeem staat afgesteld op paraat zijn, en die afstelling gaat niet uit omdat je toevallig een vrije avond hebt.

Daarom lukt het wel om af en toe even te ontspannen, maar niet om ook echt ontspannen te ZIJN. Hieronder leg ik uit hoe dat precies zit, waarom het zo hardnekkig is en wat er dan wél voor nodig is.

Ontspanning bestaat uit twee dingen

Het eerste is onderhoud. Je lichaam geregeld de kans geven om spanning kwijt te raken, door te bewegen, te schudden, te ademen, te wandelen. Dat zijn vaardigheden en tools die eenvoudig te leren zijn. Wat voor jou werkt is bovendien iets persoonlijks, want de een ontlaadt in hardlopen en de ander in dansen of zingen. Het gaat erom te ontdekken welke manier van ontladen bij jou past.

Het tweede gaat dieper. Er is namelijk iets wat die spanning steeds opnieuw aanmaakt, ook op momenten dat er geen enkele aanleiding is. Zolang dat blijft draaien, blijf je dweilen met de kraan open. Om daar iets aan te veranderen, helpt het om te begrijpen wat je zenuwstelsel eigenlijk aan het doen is.

Hoe je brein je probeert te helpen

Binnen de neuropsychologie wordt het brein gezien als een systeem dat voortdurend voorspellingen maakt over wat er gaat gebeuren. Het wacht niet af wat er gebeurt en kijkt dan wat het ermee moet. Je brein maakt voortdurend een inschatting van wat er zo dadelijk komt, en die inschatting baseert het op wat je eerder hebt meegemaakt.

Dat is op zichzelf briljant, en het klopte ooit ook. Je systeem heeft die inschatting gemaakt in een situatie waarin hij precies bij de werkelijkheid paste. Het probleem is dat diezelfde oude voorspelling nu over het heden heen wordt gelegd. Je zenuwstelsel bereidt zich voor op de wereld van toen, terwijl je in de wereld van nu leeft.

Datzelfde geldt voor de binnenkant van je lichaam. Je brein zorgt vooruit dat je de energie hebt die het denkt straks nodig te hebben. Voordat je opstaat gaat je bloeddruk al omhoog. Voordat je dat lastige gesprek ingaat, klopt je hart al sneller.

Waarom de spanning er al is nog voordat je dag echt begint

Die spanning in je schouders op maandagochtend is dus een voorbereiding. Je systeem heeft alvast begroot dat er kracht, alertheid of inspanning nodig gaat zijn. Je lichaam maakt zich klaar voor actie, om te doen wat het denkt dat er nodig is.

Maar als die klaargezette energie vervolgens niet echt wordt gebruikt of afgevoerd, kan je lichaam in die staat blijven hangen. Je blijft gespannen, ook als er op dat moment niets is om gespannen voor te zijn.

Dat verklaart ook waarom een vakantie of een dagje vrij soms maar tijdelijk helpt. De omstandigheden veranderen wel, maar de voorspelling eronder verandert niet automatisch mee. Je agenda is leeg, maar je lichaam verwacht nog steeds dat er iets moet gebeuren.

Waar die voorspelling vandaan komt

De meest bepalende ervaringen zijn de vroegste. Een baby kan zichzelf niet kalmeren, dat komt van buiten. Het gezicht dat terugkijkt, de stem die zachter wordt, de armen die opvangen. Duizenden van die kleine momenten leren een zenuwstelsel wat het kan verwachten. Wat gebeurt er als ik huil? Als ik boos ben? Als ik iets nodig heb?

Die verwachtingen zijn gevormd voordat je woorden had. Ze zitten dus niet in je hoofd als gedachte, ze zitten in je lijf als verwachting. En omdat je veiligheid er ooit van afhing, staat het volume ervan hoog. Als ik het goed doe, blijft het rustig. Als ik zorg voor de ander, hoor ik erbij. Als ik iets nodig heb, ben ik te veel.

Zo’n zin voelt niet als een overtuiging die je hebt. Die voelt als hoe de wereld nu eenmaal is.

Waarom die verwachting niet vanzelf wordt bijgesteld

Normaal past je brein zijn inschattingen keurig aan. Je verwacht dat de hond bijt, de hond likt je hand, je voorspelling wordt anders. Zo leer je.

Bij ervaringen die vroeg en langdurig waren, gebeurt dat niet automatisch. De verwachting blijft staan, hoe vaak het heden ook iets anders laat zien. Dat komt doordat het tegenbewijs niet echt binnenkomt. Je gaat de situaties waarin het zou kunnen gebeuren liever uit de weg. Of je bent er wel, maar je voelt het niet omdat je op zo’n moment ergens boven je eigen ervaring hangt. Of je bent zo alert dat je altijd wel een signaal vindt dat de oude verwachting bevestigt.

En dan is er nog iets; je richt je leven (onbewust) zo in dat de verwachting nooit wordt getest. Wie verwacht dat een nee tot afwijzing leidt, zegt nooit nee. Er komt dan ook nooit bewijs van het tegendeel binnen. Dat is geen onwil en al helemaal geen zelfsabotage. Het is een overlevingsmechanisme dat ooit uitstekend werkte, in een tijd waarin het echt niet veilig was om te toetsen of het anders kon.

Alleen zit datzelfde mechanisme je nu in de weg. Dat is ook precies waarom je grens voelen voordat je hem kunt aangeven zoveel meer is dan een communicatievaardigheid.

Waarom inzicht hier zo weinig aan veranderd

Je kunt haarfijn weten waar je spanning vandaan komt. Je kunt je gezin van herkomst uittekenen, de patronen benoemen, het herkennen in je moeder en in je oma. En toch trekken je schouders omhoog zodra je je telefoon ziet oplichten.

Dat is geen kwestie van te weinig doorzetten. Inzicht leeft in de laag van woorden, hoog in het systeem. De verwachting die je zenuwstelsel aanstuurt, is veel eerder gebouwd en ligt veel dieper. Een correctie bovenin sijpelt niet vanzelf naar beneden, want je brein heeft geen enkele reden om een goede gedachte zwaarder te laten wegen dan een lichamelijke verwachting waar ooit je overleven van afhing. Dit is de kern van waarom snappen niet hetzelfde is als veranderen.

Wat je systeem nodig heeft, is bewust een nieuwe ervaring opdoen die ook werkelijk binnen kan komen. En niet één keer, maar herhaaldelijk.

Hoe echte verandering ontstaat

Diepere ontspanning ontstaat niet doordat je jezelf vertelt dat je nu toch echt eens moet ontspannen. Je lichaam heeft nieuwe ervaringen nodig die laten zien: het kan ook anders. En dat werkt het beste in kleine stapjes, op een manier die voor jou te doen is.

Want als iets te veel of te snel gaat, voelt het al gauw alsof je oude verwachting toch klopt. Je schiet weer in de spanning, trekt je terug of gaat juist extra hard je best doen. Niet omdat je niet wilt veranderen, maar omdat het simpelweg te veel is.

Denk bijvoorbeeld aan iemand die gewend is geraakt om anderen niet helemaal te vertrouwen. Een warme reactie van een ander kan dan best fijn zijn, maar ook ongemakkelijk voelen. Je hoeft jezelf dan niet te dwingen om die warmte meteen helemaal toe te laten. Misschien kun je er een klein beetje van voelen. Tien procent. En even merken: dit is nieuw, maar het is oké.

Juist die kleine momenten maken verschil. Je ervaart iets anders dan je gewend bent en je lichaam krijgt de kans om daar langzaam aan te wennen. Zo wordt wat eerst spannend was, stap voor stap iets wat je steeds beter kunt verdragen.

Van begrijpen naar ervaren met lichaamsgerichte therapie

Als je lange tijd gewend bent om alert te zijn, zit die spanning niet alleen in je gedachten. Je lichaam heeft die manier van reageren als het ware ook geleerd. Het reageert op de -meestal onbewuste- voorspellingen van je brein. Je schouders spannen zich aan, je adem wordt oppervlakkiger, je buik trekt samen of je voelt een onrust die je niet goed kunt plaatsen.

Je kunt jezelf rationeel vertellen dat het allemaal wel meevalt, maar je lichaam kan ondertussen iets heel anders vertellen. Daarom is het zo belangrijk om niet alleen te begrijpen wat er met je gebeurt, maar ook te leren voelen wat er in je lichaam gebeurt. Juist daar kun je nieuwe ervaringen opdoen, in kleine stapjes die je systeem kan verdragen. En precies daar is lichaamsgerichte therapie zo helpend.

Je leert steeds beter herkennen wat je lichaam je vertelt: waar spanning zit, wanneer die oploopt en wat er gebeurt als je er even bij blijft. Dat groeiende lichaamsbewustzijn helpt je om eerder te merken wat je nodig hebt en om niet pas in actie te komen wanneer je al helemaal over je grens bent.

Van daaruit kun je ook heel bewust oefenen met iets nieuws. Je hoeft niet meteen midden in de spanning te blijven. We bewegen juist steeds een beetje heen en weer: tussen wat spannend of moeilijk voelt en een plek in je lijf waar het rustiger is. Je merkt de spanning op en gaat vervolgens weer terug naar iets wat prettig, vertrouwd of rustig voelt. Zo ervaart je lichaam: ik kan dit voelen. Ik kan hier blijven. En ik kan weer terug naar rust.

Zo krijgt je zenuwstelsel steeds opnieuw een andere ervaring. Niet alleen ik weet dat het veilig is, maar steeds meer: ik voel dat het veilig is. En hoe vaker je dat ervaart, hoe groter de ruimte wordt waarin je kunt voelen zonder overspoeld te raken. Bovendien kun je in therapie ervaren dat je niet altijd alert hoeft te zijn, dat je steun kunt ontvangen en dat je niet alles zelf hoeft op te lossen. Zodat het langzaam maar zeker mogelijk wordt om meer te vertrouwen; op jezelf én op de ander. 

Spanning in contact met anderen

Sommige oude verwachtingen gaan vooral over contact met anderen. Misschien heb je geleerd dat je beter niet te veel kunt vragen, dat je rekening moet houden met de ander of dat je jezelf beter een beetje kunt aanpassen. Want als je te veel ruimte inneemt, raak je de ander misschien kwijt.

Zo’n verwachting verandert niet alleen doordat je erover nadenkt. Je hebt ook nieuwe ervaringen nodig in contact met iemand anders.

In de therapiekamer kun je bijvoorbeeld iets uitspreken wat je normaal zou inslikken. Je merkt de spanning op die dat oproept en ervaart dat ik blijf luisteren. Ik wijs je niet af en neem het niet meteen van je over. En als we elkaar eens niet goed begrijpen, kunnen we dat samen onderzoeken en herstellen.

Juist zulke momenten kunnen iets nieuws laten ervaren. Een verschil van mening hoeft niet te betekenen dat het contact verloren gaat. Je mag iets nodig hebben zonder dat je daarmee te veel bent. En je hoeft niet alles goed te doen om welkom te zijn.

Je lichaam heeft ontlading nodig

Naast het opdoen van nieuwe ervaringen heeft je lichaam ook geregeld de kans nodig om spanning kwijt te raken. Denk aan een stevige wandeling na een moeilijk gesprek, even schudden op muziek of hard meezingen in de auto. Je hoeft daar geen ingewikkeld iets van te maken. Het gaat erom dat je ontdekt wat jou helpt om spanning af te voeren en weer wat meer ruimte in je lijf te voelen.

Het is zonder twijfel heel waardevol om te ontdekken wat hierbij voor jou het beste werkt. Maar het lost niet automatisch de onderliggende verwachting op die de spanning steeds opnieuw aanmaakt. Daarvoor is meer nodig dan af en toe ontladen. Je leert ook herkennen wat je systeem steeds opnieuw activeert en ervaart stap voor stap dat het anders kan.

Judith en de zondagavond

Neem Judith, 40 jaar, twee kinderen, drie dagen werken. Haar zondagavonden waren jarenlang hetzelfde. Zodra het stil werd in huis, ging ze opruimen en de planning voor de week doornemen. Daarna keek ze nog wat tv en las een boek, maar in bed lag ze nog minstens anderhalf uur wakker.

Ze wist waar het vandaan kwam. Een moeder die de boel maar net draaiende hield, en een oudste dochter die vroeg leerde dat het thuis goed ging zolang zij overzicht had. Dat verhaal kon ze uitstekend vertellen, maar haar zondagavonden veranderden er niet van.

Wat wel iets deed, was klein en lichamelijk. Ze leerde opmerken wat er in haar buik gebeurde op het moment dat het stil werd in huis. Daaronder zat onrust, en onder die onrust een diepe angst dat er iets misgaat als zij niet oplet. In plaats van meteen op te staan en iets te gaan doen, bleef ze daar even bij, en daarna zocht ze bewust een plek in haar lijf op waar het wél rustig was. Heen en weer. Eerst tien seconden, later langer.

Daarna deed ze iets wat spannender was. Ze zei tegen haar partner dat ze zaterdag niets ging plannen. Geen uitleg, geen aanbod om het goed te maken. Hij vond het prima. Haar systeem noteerde iets wat het niet had verwacht. Ik neem ruimte in en er stort niets in.

De stap daarna ging over het overzicht zelf. Judith droeg dat al jaren alleen, zonder dat iemand daar ooit om had gevraagd. Ze begon dingen echt uit handen te geven. De gymtassen, de verjaardagen op school, het weekmenu. Niet als lijstje dat ze aan haar partner overhandigde met instructies erbij, maar als hele taak, inclusief het denken eraan. Dat voelde in het begin ongemakkelijker dan het zelf blijven doen, want zolang zij het deed wist ze tenminste zeker dat het goed ging.

En toen ging het inderdaad een keer mis. Haar zoon kwam op maandag zonder gymtas op school aan. Precies daar zat het echte werk. Want in dat moment kwam alles omhoog wat ze kende. Het gevoel dat ze had gefaald, dat een goede moeder dit had voorkomen, dat ze het beter zelf had kunnen blijven doen. Wat ze inmiddels kon, was daarbij blijven. De schaamte voelen zonder er meteen iets mee te doen, merken hoe haar borst samentrok, ademen, en het laten zakken. Zonder verwijt naar haar partner en zonder verwijt naar zichzelf. Daarmee gaf ze de mensen om haar heen ook de ruimte om zelf te leren van een fout, iets wat ze eerder altijd voor iedereen had weggepoetst.

Een half jaar later zijn haar zondagavonden nog steeds haar minst prettige avond van de week. Ze ligt er alleen niet meer wakker van. En er is iets bijgekomen wat ze niet had zien aankomen; ze ervaart meer steun van haar partner. Het reilen en zeilen van het gezin is iets van hen samen geworden, en dat geeft ademruimte en rust die ze met geen enkele ontspanningsoefening had kunnen organiseren.

Wat er veranderd als het model verschuift

Ontspanning die op deze manier ontstaat, voelt anders dan ontspanning die je met wilskracht afdwingt. Je hoeft er niets voor te doen, want er is simpelweg minder om je tegen te wapenen.

Je merkt het aan kleine dingen. Je valt makkelijker in slaap. Je bent minder snel geïrriteerd op momenten die dat niet rechtvaardigen. Je kunt op een vrije middag daadwerkelijk op de bank zitten zonder dat er iets in je omhoog komt dat zegt dat je nuttiger bezig moet zijn. En alle energie die het kostte om permanent paraat te staan, komt beschikbaar voor dingen waar je wel wat aan hebt.

Dat gaat niet in een weekend. Een verwachting die dertig of veertig jaar heeft gedraaid, wordt herschreven door herhaling. Maar elke keer dat je systeem iets meemaakt wat tegen de oude verwachting ingaat, verschuift er iets wezenlijks. 

Van elkaar mogen leren

In individuele therapie kun je diepgaande ervaringen opdoen en je eigen zenuwstelsel beter leren kennen. Ook leer je daar wat je nodig hebt om ontspanning meer vanzelf te laten gaan. 

Maar juist omdat herhaling de sleutel is, is een tijdje meedoen aan één van mijn groepen of trainingen ook heel waardevol. Je oefent daar niet maar één keer met iets nieuws, maar maandenlang met verschillende mensen en in steeds andere situaties.

Iets zeggen wat je normaal inslikt terwijl acht mensen naar je kijken. Merken dat er niemand wegloopt. Ruimte innemen en ervaren dat de ander blijft. En daarbij zie je ook nog eens hoeveel anderen worstelen met precies dezelfde dingen, wat op zichzelf al iets doet met het idee dat er iets mis is met jou.

Dat maakt van een groep een oefenruimte waarin je zenuwstelsel keer op keer nieuwe informatie krijgt. Precies wat er nodig is om een oude verwachting stap voor stap te laten verschuiven.

Wil je ontdekken wat jou helpt om écht te ontspannen?

Als je herkent dat ontspannen lastig is, terwijl je wel vanalles hebt geprobeerd, dan zit het waarschijnlijk op een diepere laag. Dat betekent niet dat je het verkeerd doet. Het kan zijn dat je lichaam nog steeds reageert op oude verwachtingen, ook al is je leven inmiddels veranderd.

In lichaamsgerichte therapie onderzoeken we samen wat er bij jou gebeurt en wat je nodig hebt om daar verandering in te brengen. Niet door jezelf nog harder aan te pakken, maar door stap voor stap nieuwe ervaringen op te doen die je lichaam ook werkelijk kan opnemen.

Benieuwd of lichaamsgerichte therapie bij je past? Je bent welkom voor een gratis sessie van een halfuur. Dan kijken we samen waar je tegenaan loopt en wat je nodig hebt om meer ontspanning en ruimte te ervaren. Ik ontmoet je graag!

Van streng voor jezelf naar meer tevredenheid en zelfacceptatie

Van streng voor jezelf naar meer tevredenheid en zelfacceptatie

Voor iedereen mild, behalve voor jezelf

Voor je collega heb je alle begrip als ze een deadline mist. Voor je vriendin een luisterend oor als ze weer twijfelt aan zichzelf. Maar voor jezelf geldt een andere maatstaf. Daar klinkt het ongeveer zo:

“Kom op, doe niet zo moeilijk.” “Waarom lukt dit anderen wel gewoon.” “Zeur niet, je hebt het toch prima voor elkaar.”

Die strengheid voelt inmiddels zo vertrouwd dat je bijna vergeten bent dat het ook anders kan. Of misschien wíl je wel wat vriendelijker zijn voor jezelf, maar ja, hoe dan?

Waar die strenge stem vandaan komt

Om daar antwoord op te geven is het nodig om eerst te snappen waarom die innerlijk stem er eigenlijk is en wat hij of zij probeert te bereiken. Want geloof het of niet, die stem heeft goede bedoelingen. Maar daarover later meer. 

Om bij het begin te beginnen: die stem is niet uit het niets ontstaan en je hebt hem ook nooit bewust gekozen. Hij ontstond toen je nog heel klein was, als antwoord op wat je in jouw gezin van herkomst aantrof. 

En toen was dat de allerbeste (onbewuste) strategie om te dealen met het ervaren van een bepaald gemis. Let me explain. 

Waarom het helpt om te denken dat alles aan jou ligt

Stel je voor. Je bent een klein kind, dus volledig afhankelijk van de mensen om je heen. Zij zijn jouw wereld. Zij zorgen voor je, troosten je, beschermen je en geven je het gevoel dat je erbij hoort. Maar stel dat dat niet altijd lukt. Dat je vaak alleen bent met je verdriet. Dat je niet genoeg aandacht krijgt, je niet echt gezien voelt of dat er weinig ruimte is voor jouw boosheid, angst of behoefte aan nabijheid. Wat moet je dan?

Je kunt als klein kind nog niet denken: mijn ouders kunnen mij niet geven wat ik nodig heb. Zij hebben hun eigen geschiedenis, hun eigen beperkingen, dit ligt niet aan mij. Dat is veel te ingewikkeld. En eigenlijk is het ook veel te bedreigend. Want als degene van wie jij volledig afhankelijk bent niet beschikbaar is, wie zorgt er dan voor jou? Dus zoekt je kinderlijke brein een andere verklaring: dan zal het wel aan mij liggen.

En gek genoeg geeft dat ook een beetje houvast. Want als het aan jou ligt, kun je er misschien iets aan doen. Misschien moet je liever zijn. Minder huilen. Niet zo boos doen. Beter je best doen. Slimmer zijn. Makkelijker. Aardiger. Minder lastig. Zo ontstaat langzaam een innerlijke stem die je vertelt hoe je moet zijn om liefde, aandacht en verbinding niet kwijt te raken. Een stem die ooit bedoeld was om je veilig te houden, maar die je jaren later nog steeds streng toespreekt alsof er ieder moment iets mis kan gaan als je niet aan die oude regels voldoet.

Hoe aanpassen je leven heeft gered

Een concreet voorbeeld: je bent zes jaar en je wordt boos omdat je moeder iets belooft en het vervolgens niet doet. Je stampt met je voeten en roept: “Ik vind jou stom!” Je moeder wordt daar heel boos van of trekt zich juist terug. Je voelt meteen: mijn boosheid kost me verbinding.

Je kunt dan niet denken: mijn boosheid is eigenlijk een gezonde reactie op teleurstelling en mijn moeder kan daar niet goed mee omgaan. Je leert eerder: boos zijn is gevaarlijk. Als ik boos ben, raak ik iemand kwijt. En voor een jong kind is dat geen optie, want je bent letterlijk voor je leven afhankelijk van je verzorgers.

Dus slik je je boosheid in. Je past je aan. En ergens vanbinnen ontstaat een stem die zegt: niet zo lastig doen, hou je in, wees lief.

Waarom die stem nooit tevreden is

Het gaat dus eigenlijk over onvervulde (hechtings)behoeften van vroeger. Aan gezien worden, welkom zijn, bevestiging, ruimte om te voelen wat je voelt. Kortom: aan liefdevolle, onvoorwaardelijke aanwezigheid. Als die er onvoldoende was, beschermt de innerlijke criticus je tegen het voelen van hoe pijnlijk dat werkelijk is.

Maar het tragische is: die behoeften worden niet vervuld door nog harder je best te doen. En dus blijft de stem doorgaan. Hij vindt steeds nieuw bewijs dat het toch aan jou ligt, jaagt je op en legt de lat telkens een stukje hoger. Je moet liever. Beter. Slimmer. Minder lastig.

Onder al die kritiek ligt uiteindelijk de pijn van wat er vroeger ontbrak: liefde, waardering, erkenning, veiligheid, het gevoel dat je ertoe deed. Precies die pijn was ooit de reden dat deze stem ontstond. Om je daar tegen te beschermen.

Je innerlijke criticus is geen vijand

Dat geeft gelijk een andere kijk op zo’n strenge stem. Want de innerlijke criticus wordt vaak neergezet als een tegenstander die je moet verslaan. En dat is misschien ook niet zo gek, want al die kritische gedachten zijn vaak heel pijnlijk. Het gevoel van tekortschieten, er niet toe doen of niet te deugen is ontzettend naar. Toch is het in de kern een beschermingsmechanisme. Tegen een pijn die nóg erger is dan al die zelfafwijzing en die ooit, toen je klein was, zelfs onverdraaglijk was.

Je innerlijke criticus leren kennen als beschermer verandert het gevecht in iets heel anders. Je hoeft die stem dan niet langer te overtuigen of het zwijgen op te leggen, je kunt er nieuwsgierig naar worden. Door te ontdekken wat hij voor je probeert te doen én hem te laten zien dat er in het Nu ook een andere weg is, kan hij veranderen in een bondgenoot die je scherp houdt. Maar zonder je nog langer het gevoel te geven dat je eigenlijk niet deugt.

Hoe je eigenwaarde ontwikkelt

Voel je je niet goed genoeg, dan is de automatische beweging vaak: harder werken, meer bewijzen, strenger zijn voor jezelf. Maar daarmee bevestig je onbewust precies de overtuiging die onder de innerlijke criticus ligt: ik ben pas goed genoeg als ik iets bereik, er goed uitzie, succesvol ben of mijn leven op orde heb.

Maar echte eigenwaarde ontstaat niet door wat je doet of bereikt. Ze groeit uit liefde, erkenning en verbinding met wie je bent. Je kunt jezelf niet naar onvoorwaardelijke eigenwaarde toe presteren. De weg van nooit goed genoeg naar meer ontspanning loopt daarom niet via nóg meer je best doen, maar via iets anders: ervaren dat je waardevol bént, los van wat je doet of laat.

Zelfacceptatie zit niet in je hoofd

Van denken naar voelen

Zelfacceptatie is niet jezelf ervan overtuigen dat je goed genoeg bent. Het is het vermogen om aanwezig te blijven bij alles wat er in je leeft: je verdriet, boosheid, verlangen, onzekerheid én plezier. Jezelf steeds opnieuw welkom heten, precies zoals je op dat moment bent.

Dat lukt alleen als je je vanbinnen veilig genoeg voelt om te voelen wat er te voelen is. En die veiligheid zit niet in je hoofd, maar in je lichaam. Je lichaam laat je voelen: ik hoef mezelf niet te verlaten om erbij te horen. Precies daar begint de beweging van jezelf afwijzen naar je gevoel werkelijk toelaten.

De rol van je lichaam

Lichaamsgerichte therapie werkt daarom met ervaren in plaats van met overtuigen. Er gebeuren twee dingen naast elkaar, en ze zijn allebei onmisbaar.

Het eerste is dat je leert je aandacht te brengen naar de plekken waar die oude bescherming zich in je lichaam heeft vastgezet. Vaak merk je dat in je kaak, je schouders, je buik of je ademhaling. Door daar met aandacht bij te blijven, in plaats van er automatisch overheen te stappen, ontstaat er ruimte. Je leert steeds eerder voelen wat er in je gebeurt, ook bij grenzen die je voorheen pas achteraf opmerkte.

Nieuwe ervaringen opdoen in contact

Het tweede is minstens zo belangrijk. Je zenuwstelsel doet nieuwe ervaringen op in contact met een ander mens, in dit geval met mij als therapeut. Het leert signalen van veiligheid herkennen én, wat vaak nog lastiger is, ze ook werkelijk aannemen.

Dat is precies de ervaring die vroeger ontbrak. Iemand die kalm en gereguleerd blijft terwijl alles in jou er mag zijn. Die blijft, ook als het spannend wordt, in plaats van boos te worden of uit contact te gaan.

En als er een breuk ontstaat in dat contact (iets dat onvermijdelijk is), dan benoemen we die breuk en herstellen we hem samen. En juist dat vermogen tot repareren is zo cruciaal om meer vertrouwen te krijgen; in jezelf en in de ander. 

Liever worden voor jezelf

Langs die weg leer je iets wat je met denken alleen nooit voor elkaar krijgt. Bij jezelf aanwezig blijven, wat je ook voelt. Met zachtheid en compassie kijken naar je pijn en naar al je overlevingsdelen, de innerlijke criticus incluis, in plaats van jezelf af te wijzen, te veroordelen of snel te willen fixen.

En juist daar begint er iets te veranderen. Hoe meer jij er voor jezelf kunt zijn, hoe minder hard die criticus hoeft te werken. Zodra je de oude pijn niet langer hoeft weg te duwen, maar haar durft te voelen en erbij kunt blijven, is zijn belangrijkste taak minder nodig. De bescherming tegen die pijn hoeft niet meer zo sterk te zijn. En dus verzacht de criticus vanzelf.

Van criticus naar bondgenoot

Hoe meer jij er voor jezelf kunt zijn en hoe meer je lichaam ervaart dat het gevaar van vroeger voorbij is, hoe minder hard die criticus hoeft te werken. De toon wordt milder, de frequentie lager.

En als die stem nog scherp uit de hoek komt, herken je hem als een oud beschermingsmechanisme, niet als de waarheid over jou. Je hoeft hem niet meer te geloven. Hij mag je nog steeds waarschuwen en risico’s inschatten, maar van strenge bewaker wordt hij een raadgever: iemand naar wie je kunt luisteren, zonder automatisch te doen wat hij zegt.

Sanne, 43 jaar, moeder van Rosa (10 jaar)

“ Gisterenavond bracht ik mijn dochter naar bed. Ze wilde nog iets vertellen, maar ik was moe en snauwde: “Nu is het echt klaar, ik heb hier geen tijd meer voor.” Later op de bank voelde ik meteen die bekende druk op mijn borst en spanning in mijn buik. En daar kwam hij: “Zie je wel. Wat ben ik toch voor moeder? Ze had je nodig en jij was weer zo kortaf.”

Vroeger ging ik daar meteen in mee. Ik zou echt het gevoel hebben dat ik een waardeloze moeder ben. Nu probeer ik eerst te voelen wat er in mijn lijf gebeurt. Ik merk de spanning, voel mijn voeten op de grond en adem even rustig door. En als ik daar blijf, merk ik dat er onder die kritiek iets anders zit: verdriet. Ik had er graag anders willen zijn voor mijn dochter. En ik was gewoon moe.

Dat maakt ruimte voor iets nieuws. Ik hoef mezelf niet af te straffen om te erkennen dat ik iets anders had willen doen. Misschien zegt die kritische stem ook wel iets nuttigs: misschien moet je morgen iets eerder je laptop dichtdoen. Daar kan ik naar luisteren. Maar ik hoef niet meer te geloven dat één snauw betekent dat ik een slechte moeder ben. Ik kan iets doen waar ik spijt van heb, het goedmaken en mezelf toch een ‘goed genoeg’ moeder vinden.”

Wat er verschuift als je milder wordt voor jezelf

Wanneer die verschuiving zich voltrekt, hoef je jezelf niet meer voortdurend te bewijzen om rust te voelen. Een foutje is dan een foutje en geen bewijs dat je faalt. Je merkt dat je makkelijker geniet van iets goeds, zonder dat er meteen een stem opstaat die zegt dat het eigenlijk beter had gekund. Je merkt ook dat je eerder voelt wanneer iets te veel van je vraagt, waardoor je op tijd iets anders kunt kiezen.

Dat is het gevolg van een veranderde relatie met jezelf, opgebouwd via je lichaam en via nieuwe ervaringen in contact.

Plan een gratis sessie

Ben je klaar met steeds maar aan jezelf werken, maar verlang je wel naar echte verandering? Naar een vriendelijker contact met jezelf, waarin je niet steeds hoeft te verbeteren, maar mag leren om liever voor jezelf te worden?

Dan is lichaamsgerichte therapie een hele geschikte ingang, doordat je werkelijk van binnenuit gaat ervaren wat er nodig is om te kunnen verzachten. Ik nodig je van harte uit voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek, zodat we samen kunnen voelen of dit jouw volgende stap is.

De weg van ‘nooit goed genoeg’ naar meer ontspanning en rust in jezelf

De weg van ‘nooit goed genoeg’ naar meer ontspanning en rust in jezelf

Last van die kritische stem

Hoe hard je ook je best doet, het voelt alsof je het nooit goed genoeg kunt doen. Want ook al heb je de dag perfect geregeld en is iedereen om je heen voorzien, toch is er die innerlijke stem: “doe niet zo moeilijk”, “je bent te gevoelig”, “je doet lastig”. 

Ondertussen ben je doodmoe en is dat al bijna normaal. Natuurlijk heb je van alles geprobeerd om daar verandering in te brengen. Therapie, yoga, mindfulness, boeken die je met potlood hebt onderstreept. En toch zit die onrust er nog steeds, ergens diep vanbinnen. 

En weer is daar die innerlijke strem die roept dat het aan jou ligt. “Je wéét het allemaal wel, dus waarom lukt het dan niet?”

Goed nieuws: er is helemaal niks mis met jou. Er is gewoon iets anders nodig.

Waarom snappen niet hetzelfde is als veranderen

Je hebt waarschijnlijk al meer gelezen over trauma, hechting en het zenuwstelsel dan de gemiddelde behandelaar. Je kent de termen vermijdende en angstige hechting, je hebt echt wel inzicht in je patronen en toch verandert er in de kern weinig. Dat is geen falen van jouw kant. Het is een misverstand over hoe verandering werkt.

Nieuwe verbindingen in je brein ontstaan door iets echt te ervaren en te doorvoelen. Inzicht is de kaart, doorvoelen is de reis zelf. Je kunt de kaart van Portugal uit je hoofd kennen en nog nooit de zon op je huid hebben gevoeld.

Zo werkt het ook met je patronen. Je hoofd kan het hele verhaal vertellen, precies benoemen waar het vandaan komt en wat er zou moeten veranderen. Maar je zenuwstelsel luistert naar iets anders. Het luistert naar een ervaring van veiligheid, van iets dat werkelijk anders aanvoelt dan vroeger. En niet één keer, maar herhaaldelijk. Dat is waarom stoppen met overtuigen en beginnen met voelen wat klopt zoveel meer oplevert dan nog een boek, nog een inzicht, nog een goed gesprek.

Sanne, 38 jaar, twee kinderen en een baan

“Ik had al zoveel gedaan en ik kende alle theorie over mijn zenuwstelsel en mijn hechtingsstijl en ik deed oprecht mijn best om meer te ontspannen. Om wat liever voor mezelf te zijn en meer vertrouwen te hebben. Yoga, mindfulness, ademoefeningen….ik heb het allemaal geprobeerd.  En toch viel ik op een doodgewone dinsdagavond uit tegen mijn dochter om iets kleins, en voelde ik me daarna een waardeloze moeder.  

Wat echte verandering heeft gebracht, is leren voelen wat er in mijn lijf gebeurd. Met lichaamsgerichte therapie leerde ik signalen herkennen én ontdekte ik ook wat er dan nodig is. Doordat ik nu bijvoorbeeld  de spanning in mijn schouders en mijn hoge ademhaling opmerk, kan ik op tijd een stap terug doen.  Even diep ademhalen, mijn schouders rollen en vriendelijk maar beslist tegen mijn dochter zeggen dat ik éérst mijn mailtje afmaak en daarná bij haar kom. Zo’n duidelijke grens kon ik eerst echt niet stellen, maar het brengt zoveel meer rust!”

Waar dit patroon vandaan komt

Bij trauma denken de meeste mensen aan schokkende gebeurtenissen, zoals oorlog, geweld of verlies. Ontwikkelingstrauma is minder zichtbaar, maar heeft minstens zoveel impact. Het ontstaat door een gebrek aan emotionele veiligheid in je jeugd, vaak vanuit ouders die zelf ook onvoldoende hebben geleerd om aanwezig te blijven bij hun eigen emoties. En dus ook die van jou. Dat heeft niks met liefde te maken, maar alles met onvermogen vanuit eigen verwondingen en gemis.  

En dus deed je vroeger wat elk slim kind doet. Je trok je terug in je hoofd. Dat was geen bewuste stragetie maar een hele passende manier van omgaan met de situatie van toen. En dus werd je goed in begrijpen, dingen zelf regelen, het overzicht bewaren. Dat heeft je ver gebracht, en het heeft je ook afgesneden van het deel van jezelf dat voelt wat het op een dieper niveau nodig heeft. Dat is precies waarom meer contact met je gevoel begint in je lijf in plaats van in nog meer denkwerk.

De impact van jouw overlevingsstrategie laat zich vandaag zien in spanning in je lijf, in het vermijden van conflict, in de manier waarop je je terugtrekt of juist stevig vasthoudt aan de mensen om je heen. Het verleden is voorbij, maar de invloed leeft voort in je zenuwstelsel, je lichaam en je relaties. Daarom is het minder relevant wat er precies is gebeurd, en veel relevanter wat jij vandaag nodig hebt om meer te kunnen ontspannen en tevredenheid te ervaren. Wat mis je nu nog in de manier waarop je met jezelf omgaat? Waar verlang je naar, maar durf je nog niet naartoe?

Om dat te kunnen voelen heb je als eerste contact met je lijf nodig. En om je eigen behoeften dan ook serieus te nemen én te durven volgen, is het nodig om nieuwe ervaringen op te doen in relatie met anderen. Zodat je brein en je zenuwstelsel leren dat het nu wel veilig genoeg is om te doen wat klopt voor joú. En zodat er ruimte komt om te ontspannen en wat moeitelozer door het leven te gaan.

De relatie met jezelf komt eerst

Maar voordat het over jouw relaties met anderen kan gaan (externe hechting), gaat het over de relatie die je met jezelf hebt (interne hechting). Hoe ga jij om met je eigen gevoelens, je eigen behoeften, je eigen grenzen? De meeste vrouwen die bij mij komen, hebben nooit bewust gezien dat dit ook een relatie is. Misschien wel de belangrijkste relatie in je hele leven, want die bepaalt niet alleen hoe je denkt en wat je doet, maar ook hoe je je van binnen voelt.

Maar hoe bouw je dan aan een fijne relatie met jezelf? Wat ik daarin een heel helpend perspectief vind, is dat van de verschillende innerlijke delen. Methoden als Voice Dialogue maar ook IFS werken daar bijvoorbeeld mee en de kern ervan is eigenlijk heel simpel.

Onze binnenwereld bestaat uit allemaal verschillende delen, die ervoor zorgen dat we kunnen functioneren in de wereld. Die delen worden gevormd door onze (vroege) ervaringen maar worden een leven lang bijgeschaafd. De meeste mensen herkennen bijvoorbeeld al snel een regelend deel, een soort interne manager die overzicht houdt en dingen voor elkaar krijgt, en een zorgzaam deel, dat aandacht heeft voor anderen. 

Ook de verschillende rollen die je vervult, als moeder, als collega, als partner, worden aangestuurd door dat soort delen. Dat is niets bijzonders, het is een normaal en gezond onderdeel van hoe we als mens in elkaar zitten.

Bij ontwikkelingstrauma, of bij ouders die emotioneel afwezig of weinig beschikbaar waren, gebeurd er naast het vormen van die innerlijke delen ook nog iets anders. Bepaalde delen worden onderdrukt, omdat ze vroeger niet welkom waren en zorgden voor afwijzing, of voor het risico dat je de hechtingsrelatie kwijtraakte waar je als kind volledig van afhankelijk was. Een verdrietig deel dat te horen kreeg dat het zich niet zo aan moest stellen. Een boos deel dat gevaarlijk voelde om te laten zien. Een behoeftig deel dat leerde zichzelf onzichtbaar te maken.

Het herstel zit in het weer contact maken met AL jouw innerlijke delen. Ze leren kennen, in plaats van ze weg te duwen, en ze langzaam weer een plek geven in wie je bent. Want juist die delen zijn een toegangspoort naar onze diepste verlangens, behoeften en levensenergie. Zo met jezelf omgaan is de kern van zelfacceptatie en zelfliefde. 

De ouder worden voor jezelf die je vroeger zo hebt gemist

Hier ligt de sleutel. De weg naar minder zelfafwijzing ligt in het worden van de ouder voor jezelf die je vroeger nodig had. Aanwezig, liefdevol, in staat om te zien wat er speelt zonder meteen te fixen of te veroordelen.

Denk aan Marieke. Boos worden kon ze niet voelen, dat zat ergens diep weggestopt. In plaats daarvan paste ze zich aan. Pleasen, terugtrekken, ja zeggen terwijl ze nee bedoelde. Daardoor werd het lastig om haar grenzen te voelen, laat staan aan te geven. De wortel lag bij haar vader, die vroeger heftig boos kon worden. Ze werd daar als kind bang van, en die angst nam ze mee. Zelf boos worden voelde sindsdien gevaarlijk, waardoor ze ook geen toegang meer had tot haar eigen levensenergie. Dat leidde tot vermoeidheid, weinig zin, lusteloosheid, weinig genieten en weinig plezier. In therapie leerde ze contact maken met haar woede, die gedoseerd uiten en daarmee voor zichzelf opkomen. De energie ging weer stromen en ze werd voelbaarder, ook voor de mensen om haar heen.

Wat hier gebeurde, is in werkmethodes als Voice Dialogue en Internal Family Systems al langer bekend terrein. Bij Marieke leefde er een angstig kind, het deel dat ooit doodsbang werd van haar vaders woede en dat sindsdien alles deed om boosheid te vermijden, ook haar eigen boosheid. Daarnaast leefde er een boos kind, het deel dat haar onaangeraakte levensenergie in zich droeg, maar dat nooit veilig genoeg was om zich te laten zien. Zolang die twee delen de leiding hadden, zonder dat er iemand tussen stond, bleef ze schommelen tussen aanpassen en wegduwen van wat ze voelde.

Herstel zit in het ontwikkelen van een derde positie, in plaats van het ene deel te laten winnen van het andere of het angstige en boze kind weg te poetsen. Deze derde positie wordt soms de gezonde volwassene genoemd, soms de middenpositie. Dat is het deel in jou dat kan waarnemen wat het angstige kind voelt en wat het boze kind nodig heeft, zonder erin mee te gaan en zonder het weg te duwen. Vanuit die positie wordt boosheid vooral informatie die je kunt gebruiken, in plaats van een gevaar dat onderdrukt moet worden of een uitbarsting die je overneemt. Precies daardoor kon Marieke in het hier en nu een grens voelen én daadwerkelijk stellen, iets waar geen van beide kinderdelen alleen toe in staat was. Dit is wat innerlijk ouderschap in de kern betekent, de aanwezige volwassene worden die al je delen kent, erkent en een plek geeft.

De sleutel zit in stoppen met werken aan jezelf, en beginnen met er zijn voor jezelf. Kiezen vanuit zachtheid in plaats van vanuit wat moet is precies dat, elke dag opnieuw.

Waarom echte verandering via je lichaam gaat

Behoeften kun je niet bedenken, die voel je. Hetzelfde geldt voor je diepere verlangens. En als het ooit onveilig was om daar contact mee te hebben of die te uiten, dan heeft je lichaam zich daaraan aangepast door ergens spanning te zetten. Gebaseerd op je ervaringen van toen houdt je brein ook nu nog je omgeving scherp in de gaten en gaat het uit van dezelfde scenario’s. Ook als de werkelijkheid van Nu heel anders is. Onbewuste voorspellingen en aannames over de wereld en wat jou dan veilig houdt sturen niet alleen wat je doet maar ook hoe je je voelt.

 

Dit is precies waarom lichaamsgerichte therapie zo’n ander resultaat geeft dan puur cognitief werk. Want hier kom je niet bij door erover na te denken; het is immers onbewust. Maar je lichaam laat het wel zien.  Je zenuwstelsel heeft alles onthouden wat je hoofd is vergeten of heeft weggerationaliseerd. Elke keer dat je als kind moest inslikken wat je voelde, is daar een spoor van achtergebleven, in je spieren, je ademhaling, je zenuwstelsel.

 

Dat is ook waarom je hoofd je slimmer maakt, maar niet automatisch vrijer. Je kunt oneindig veel begrijpen over jezelf en toch, op het moment dat het erop aankomt, terugvallen in hetzelfde oude patroon. Lichaamsgerichte therapie werkt rechtstreeks met dat systeem, door het de kans te geven om eindelijk iets anders te ervaren dan het gewend is. In een afgestemde, ondersteunende relatie leert je zenuwstelsel opnieuw dat je veilig bent en dat je er mag zijn. Je oefent met het uiten van je gevoel, ook juist de minder comfortabele kanten ervan, en ervaart hoe het is om echt ontmoet te worden met alles wat er in je leeft.

Wat dit doet voor je relaties met anderen

Zodra de relatie met jezelf verandert, verandert bijna vanzelf ook hoe je in contact staat met anderen. Je merkt dat je minder hard reageert op een terloopse opmerking. Dat je jezelf minder vaak hoeft te bewijzen om ergens bij te horen. Dat je dichter bij jezelf kunt blijven, ook wanneer een ander iets anders vindt of voelt dan jij. Dat komt doordat jij vanuit een stevigere plek in jezelf reageert, in plaats van vanuit je oude overlevingspatroon. Zo leer je beter bij jezelf te blijven in het contact met een ander, en ontdek je hoe het worden van een aanwezige, liefdevolle ouder voor jezelf impact heeft op al je relaties, van je partner tot je kinderen tot je vriendinnen.

Het perspectief

Dit is waar het naartoe leidt. Een lichaam en een zenuwstelsel dat weer kan zakken, ook op de dagen die niet perfect verlopen. Ontspanning die vanzelf komt omdat er eindelijk iets is opgelost op het niveau waar het echt zit, in plaats van ontspanning die je met wilskracht afdwingt. Ruimte om te genieten zonder dat schuldgevoel op de achtergrond meespeelt. Echte verbinding, met jezelf allereerst en van daaruit met de mensen om je heen. Dit is de beweging van altijd ‘aan’ naar meer ontspanning, stap voor stap, in je lichaam.

Je hoeft dit niet alleen te doen. Sterker nog, dat kan ook helemaal niet. Je zenuwstelsel is gemaakt voor contact. En therapie biedt een mogelijkheid om te ervaren hoe het is als er iemand écht bij jou aanwezig is. Afgestemd, veilig en beschikbaar. Precies dat is vaak de missende ervaring die zorgt voor niet alleen nog dieper inzicht maar vooral voor echte, blijvende verandering. 

Samen zoeken naar wat wél werkt

Misschien ben je stiekem een beetje klaar met al dat werken aan jezelf. Je weet inmiddels veel, maar merkt dat begrijpen niet automatisch betekent dat er iets verandert.

Als je voelt dat het tijd is voor een andere ingang, ben je van harte welkom voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen kijken we dan of lichaamsgerichte therapie je kan helpen om werkelijk iets anders te gaan ervaren.