Hoe je grenzen aangeeft zonder de verbinding te verliezen

Hoe je grenzen aangeeft zonder de verbinding te verliezen

Als grenzen aangeven lastig is

Je zegt “maakt mij niet uit”, terwijl het je wel degelijk uitmaakt. Je neemt die extra taak aan en merkt pas thuis, onder de douche, hoe zwaar het voelt. Je vindt iemand eigenlijk irritant, maar zegt niet wat je dwarszit. En als iemand je iets vraagt, zeg je bijna automatisch ‘ja’ zonder stil te staan bij hoe dat voor jóu is. 

Maar moeite hebben met grenzen gaat niet altijd over te weinig aangeven. Soms weet je juist heel goed waar jouw grens ligt. Je trekt hem alleen zo strak dat er voor de ander weinig meer overblijft. Een kortaf “nee”, je terugtrekken of het contact verbreken kan dan voelen als de enige manier om jezelf te beschermen. Je grens is er wel, maar de verbinding met de ander verdwijnt.

Grenzen bedenk je niet, die voel je

In beide gevallen begint het met dezelfde vraag: wat is een grens eigenlijk? Waaraan merk je dat je iets wel of niet wilt? En hoe komt het dat je daar soms zo moeilijk bij kunt, of dat je pas in actie komt als je grens al ver overschreden is?

Want een grens leren aangeven begint niet bij de juiste woorden. Het begint bij leren voelen wat er in jou gebeurt, begrijpen wat je daar in de weg zit en ontdekken wat je nodig hebt om jezelf serieus te nemen én in verbinding te blijven.

Iedere grens begint in je lijf: een verandering in je adem, spanning in je buik, een impuls om weg te bewegen. Pas daarna komen de woorden. Tussen dat voelen en het uitspreken ervan kan het op verschillende plekken misgaan.

Waar het vast kan lopen

Als je het signaal niet meer opmerkt

De eerste variant is dat het signaal er wel is maar dat jij het niet meer voelt. Je registreert een verzoek, je hoort jezelf ja zeggen, en pas uren later dringt door dat er iets niet klopte. Je lijf gaf keurig door dat het te veel was (door bv spierspanning ergens, adem die vast komt te zitten, een knoop in je buik), alleen die informatie kwam alleen nergens aan. En wat je niet voelt, kun je ook niet aangeven.

Als je het wel voelt maar er niks mee kunt

De tweede variant is misschien nog wel ongemakkelijker. Je voelt de spanning wel degelijk oplopen. Je maag trekt samen, je merkt weerstand, er is iets in jou dat nee zegt. En dan gebeurt er… niets. Je hoort jezelf alsnog instemmen, of je zwijgt en hoopt dat het overwaait.

Soms weet je op zo’n moment domweg niet wat je met dat signaal aan moet. Er is spanning, en er is geen enkel idee welke vorm de volgende stap zou moeten hebben. Vaker nog is het risico het probleem. Het voelt gevaarlijk om die nee de ruimte in te brengen. Alsof je iets kapotmaakt, alsof je egoïstisch bent, alsof er iets ergs gaat gebeuren als je jezelf laat zien in wat je wilt en niet wilt.

Annette, 42 jaar, moeder van Tim (9) en Evi (7)

“Tuurlijk, ik doe het wel,” zeg ik als mijn man vraagt of ik de kinderen naar bed wil brengen. Ik ben moe en wil eigenlijk alleen nog op de bank zitten. Maar hij heeft ook een lange dag gehad, dus ik zeg ja.

Even later vraagt hij of ik ook de vaat wil doen. “Ja hoor.” Ik voel wel irritatie, maar denk: het is maar de vaat. Als ik een uur later beneden kom, staat die vaat er nog. En ineens ontplof ik: “Moet ik hier nou echt álles alleen doen?!”

Pas achteraf zie ik het. Het ging helemaal niet om die vaat. Mijn grens lag al veel eerder. Ik voelde dat ik geen ruimte meer had, maar zei toch ja.

En nee, dat betekent niet dat mijn man had moeten weten dat ik eigenlijk nee wilde. Hij kan niet voor mij voelen waar mijn grens ligt. Dat is uiteindelijk mijn verantwoordelijkheid. Alleen is nee zeggen voor mij niet zo eenvoudig. Want wat als ik hem daarmee belast? Wat als hij vindt dat ik me aanstel of egoïstisch ben? Wat als hij ook moe is en we vervolgens gedoe krijgen?

Dus slik ik mijn nee in. En daarmee slik ik ook de boosheid in die bij dat nee hoort. Tot er ergens geen ruimte meer is om haar klein te houden. Dan komt ze er alsnog uit, maar niet meer als een helder: “Nee, ik kan dit nu niet.” Ze komt eruit als een uitbarsting.

Mijn boosheid is dus niet het probleem. Ze is het signaal dat mijn nee al veel eerder gevoeld en uitgesproken had mogen worden.”

Jouw 'NEE' is het contact met je eigen vuur

Een ‘nee’ is meer dan een mededeling. Er zit energie in, en die energie heeft een naam: protest. Het is de kracht waarmee een kind duwt, schreeuwt, wegloopt, weigert. Dezelfde kracht waarmee je later kunt zeggen: dit klopt niet voor mij, tot hier, dit wil ik niet. Het is levensvuur, het duidelijkste bewijs dat je een eigen richting hebt.

Protest is geen probleem dat je moet leren beheersen. Het is een gezonde kracht die je helpt om voor jezelf op te komen, onderscheid te maken tussen wat van jou is en wat van de ander, en trouw te blijven aan wat voor jou klopt. Zonder die kracht wordt een grens al snel een idee in je hoofd, in plaats van iets waar je ook werkelijk naar kunt handelen.

Om een grens te kunnen stellen heb je toegang tot dat vuur nodig. Je moet het kunnen voelen én je moet het naar buiten durven brengen. Zonder jezelf te overschreeuwen, maar ook zonder jezelf weer in te slikken. Een stevig nee kan namelijk heel helder zijn, zonder hard te worden.

En precies daar hebben veel vrouwen iets af te leren: dat aardig zijn belangrijker is dan eerlijk zijn, dat boosheid lelijk is en dat je met een nee de ander teleurstelt of de verbinding op het spel zet.

Meisjes mogen wel huilen, niet boos worden

Hoe komt het toch dat vrouwen vaak moeite hebben met grenzen aangeven? Dat heeft alles te maken met hoeveel ruimte er vroeger was voor de verschillende emoties. Zo is verdriet voor meisjes meestal eerder toegestaan dan boosheid. Huilen mag (al betekent dat niet automatisch dat er ook troost of ruimte voor je verdriet was).

Boosheid ligt vaak ingewikkelder. Een boos meisje wordt al snel een druk meisje, een lastig meisje of een meisje dat zich aanstelt. Een zucht, een strenge blik, een moeder die stilvalt, een vader die harder terugkomt of simpelweg de boodschap dat je zo niet aardig doet.

Het zijn allemaal manieren waarop je (onbewust) leert: met deze kant van mezelf kan ik beter niet te veel naar buiten komen.

Aanpassen was de beste optie

Zo leer je als meisje al jong dat er waardering zit op lief zijn, rekening houden met anderen en de sfeer goed houden. En dat er iets in de verbinding kan veranderen zodra jouw vuur zichtbaar wordt.

Dus leer je dat vuur in te dammen. Je slikt je boosheid in, maakt haar kleiner of leidt haar om naar iets wat wel mag. Je wordt verdrietig, trekt je terug of doet simpelweg nog harder je best voor de ander. 

Niet omdat er iets mis is met jouw boosheid, maar omdat je ooit hebt geleerd dat het veiliger is om haar niet te laten zien. Want dan had je in ieder geval verbinding met je ouder(s). 

Als je leert dat je grens verbinding kost

Onder dat inslikken zit een afweging die je nooit bewust hebt gemaakt en die wel je hele systeem is gaan sturen: als ik mijn vuur laat zien, raak ik de verbinding kwijt.

En voor een kind is die verbinding niet zomaar iets. De mensen die voor je zorgen zijn je veiligheid, je bestaansgrond. De angst dat zij boos worden, je afwijzen of zich van je terugtrekken, kan daarom enorm zijn. Je kunt als kind niet denken: jammer dan, ik blijf gewoon trouw aan mezelf. Als het OF je autonomie is, OF verbinding met de ander, dan wint verbinding het altijd.  Je bent tenslotte voor je leven afhankelijk van de zorg van de Ander. 

En dus verdween het contact met dat vurige deel van jezelf naar de achtergrond, ver genoeg om er geen last meer van te hebben. Het tragische is dat je daarmee ook je scherpste kompas hebt weggezet. Want dat vuur was nou juist het deel dat weet waar jij eindigt en de ander begint.

Van jezelf voelen naar de ander aanvoelen

In een gezin waar jouw boosheid of grenzen moeilijk te verdragen zijn, verschuift je aandacht al snel van binnen naar buiten. Misschien werd je moeder boos van jouw boosheid, of juist stil en afwezig. Misschien waren jouw behoeften soms te veel, werd je nee niet gerespecteerd of hing de sfeer in huis sterk af van de stemming van één iemand.

Dan doet een kind iets heel slims. Het gaat de ander in de gaten houden. Wat voelt die? Wat heeft die nodig? Hoe houd ik de sfeer goed? Hoe voorkom ik gedoe?

Als kind was het veiliger om de ander te voelen dan jezelf. Wat ooit hielp om de verbinding en veiligheid te bewaren, wordt later een automatisme. Je zegt “ja hoor, prima”, terwijl je eigenlijk nee voelt. Je weet feilloos wat een ander nodig heeft, maar niet wat jij nodig hebt. Geen karaktertrek dus, en ook geen gebrek aan assertiviteit.

Als je grens verdwijnt met je boosheid

Boosheid heeft namelijk alles met grenzen te maken. Het is de energie die je helpt om jezelf te beschermen, je eigen behoeften serieus te nemen en te voelen: dit gaat over mij, hier ligt mijn grens. Het is dezelfde energie die je eerder hebt leren inslikken.

Als je hebt geleerd dat boosheid gevaarlijk is voor de verbinding, kan je systeem die energie ook later nog als iets bedreigends ervaren. Voel ik dit, dan raak ik misschien iemand kwijt. Dus houd je jezelf in, nog voordat je goed en wel merkt dat er iets over je grens gaat.

En als je die grensenergie niet meer goed voelt, wordt het ook moeilijker om te weten waar jouw grens ligt. Dan merk je pas dat iets te veel is als je al over je grens heen bent. Of je voelt helemaal niet dat je nee wilt zeggen, totdat de irritatie zich opstapelt en er ineens een veel harder nee uitkomt.

Signalen dat je grens al gepasseerd is

Je hoeft dus niet te wachten tot je ontploft om te weten dat je grens bereikt is. Vaak heeft je lichaam het allang laten merken. Alleen zijn die eerste signalen meestal klein en makkelijk te overschrijven met gedachten als: het valt wel mee, niet zo moeilijk doen, ik doe het wel even.

Zeker als je gewend bent om jezelf aan te passen, kan het helpen om die vroege signalen opnieuw te leren herkennen. Ze vertellen je vaak al dat je ergens over je eigen grens heen aan het gaan bent:

Deze signalen laten zien dat je systeem getraind is om de ander voor te laten gaan.

Wat er in lichaamsgerichte therapie gebeurd

Misschien weet je inmiddels best dat je vaker nee zou mogen zeggen. Je neemt je voor om de volgende keer beter naar jezelf te luisteren. En toch hoor je jezelf weer “ja hoor” zeggen, terwijl je ergens vanbinnen al voelt dat je dat eigenlijk niet wilt. Grenzen voelen én aangeven kun je opnieuw leren, ook als je dat vroeger anders hebt geleerd. Daarin lopen twee sporen naast elkaar, en ze zijn allebei onmisbaar.

Het eerste spoor is jezelf weer leren opmerken. Wat gebeurt er in je buik als iemand iets van je vraagt? Wat doet je adem? Waar trekt iets samen, waar ontstaat ruimte? Voel je een impuls om weg te draaien, achteruit te gaan of te duwen? Waar zit je ja, en waar je nee?

Dat is minder eenvoudig dan het klinkt. Als je jarenlang hebt geleerd om vooral de ander aan te voelen, raakt die route steeds verder ingesleten. Je aandacht schiet automatisch naar buiten, soms nog voordat je bewust kunt voelen wat er in jou gebeurt. Je zegt “ja hoor”, terwijl je lichaam allang iets anders vertelt. In lichaamsgerichte therapie oefenen we daarom met vertragen en opnieuw leren herkennen wat je lichaam je vertelt. Zo kan er een nieuwe neurologische route ontstaan.

Nieuwe ervaringen opdoen in contact

Het tweede spoor is minstens zo belangrijk, en het gaat precies over die oude deal. Je hebt ooit geleerd dat je vuur de verbinding in gevaar bracht. Dat leer je af door het anders mee te maken.

In de therapiekamer oefen je met je nee terwijl er iemand tegenover je zit die kalm en gereguleerd is. Iemand die blijft, ook als jij ruimte inneemt, ook als er boosheid meekomt. En als er een breuk ontstaat in dat contact, wat onvermijdelijk een keer gebeurt omdat ook ik weleens minder afgestemd reageer, dan benoemen we die breuk en herstellen we hem samen. 

Zo doet je zenuwstelsel de ervaring op die vroeger ontbrak. Ik kan mezelf laten zien én de ander blijft. 

Als je jezelf niet meer hoeft te verlaten

Als je je grenzen weer leert voelen en aangeven, verandert er iets wezenlijks. Je hoeft jezelf niet langer weg te cijferen om de verbinding met een ander te behouden. Je kunt voelen: dit wil ik wel, dit niet, hier heb ik ruimte voor en hier niet. En je kunt dat uitspreken zonder meteen bang te zijn voor afwijzing, boosheid of afstand. Misschien is de ander soms teleurgesteld, maar dat hoeft niet te betekenen dat de verbinding verdwijnt. Je ontdekt dat een grens niet iets is wat je tussen jezelf en de ander zet, maar juist iets wat het contact eerlijker maakt.

Juist omdat je zenuwstelsel herhaalde ervaringen nodig heeft, kan het heel helpend zijn om dit ook in een groep te oefenen. In mijn trainingen en vrouwengroepen kun je ervaren hoe het is om jezelf te laten zien, een grens aan te geven en te merken dat je niet wordt afgewezen, maar juist in verbinding kunt blijven.

En er gebeurt nog iets als grenzen aan gaat geven. De energie die je kwijt was aan jezelf wegcijferen, de ander aanvoelen en achteraf de schade herstellen, komt vrij. Dat is een belangrijk deel van de beweging van altijd aan naar meer rust in je zenuwstelsel. Je hoeft minder op je hoede te zijn, je adem wordt vrijer en je lijf krijgt meer ruimte om te ontspannen.

Wil je leren je grenzen weer te voelen én aan te geven?

Misschien merk je dat je vaak wéét dat je ergens een grens hebt, maar dat het op het moment zelf toch lastig is om ernaar te luisteren. In lichaamsgerichte therapie help ik je om weer te voelen wat er in jou gebeurt, zodat je eerder merkt wat je nodig hebt en daar ook naar kunt handelen. Niet door jezelf harder te maken, maar juist door meer te vertrouwen op wat je lijf je vertelt.

Lijkt het je fijn om hier samen eens naar te kijken? Je bent welkom voor een gratis kennismaking van 30 minuten. Je mag gewoon vertellen waar je tegenaan loopt. Van daaruit kijken we samen of ik iets voor je kan betekenen.

Meer contact met je gevoel begint in je lijf (niet in je hoofd)

Meer contact met je gevoel begint in je lijf (niet in je hoofd)

Je kunt precies vertellen wat er mis is

De trigger, het patroon, de vermoedelijke oorzaak uit je jeugd. Je hebt het erover gehad met een therapeut, met je vriendinnen, met jezelf in de spiegel. Na alle zelfhulpboeken, podcasts, workshops en therapie snap je echt wel wat er speelt. 

En toch verandert er weinig aan hoe het vanbinnen voelt. Dan meldt zich vaak een strenge innerlijke stem :”Het ligt aan mij. Ik doe het fout, ik snap het niet, ik kan het niet.”

Maar wat als het níet aan jou ligt? Wat als er iets heel anders aan de hand is? Begrijpen en voelen zijn namelijk twee verschillende systemen, en het ene zet het andere niet vanzelf aan.

Je kunt het probleem tot in detail uitleggen

Veel vrouwen die bij mij komen, hebben een uitgebreide analyse van zichzelf klaarliggen. Ze weten wanneer het patroon begon, welke gebeurtenissen eraan ten grondslag liggen en hoe het zich vandaag laat zien. Die kennis is waardevol en ze lost tegelijkertijd niets op.

Het is als een recept perfect uit je hoofd kennen zonder het gerecht ooit geproefd te hebben. Je kunt alle ingrediënten opnoemen, de volgorde van de stappen, de bereidingstijd. Over de smaak zegt dat helemaal niets…

Begrijpen en voelen zijn twee verschillende systemen

Je hoofd verwerkt informatie via taal, logica en volgorde. Je gevoel werkt via je lichaam, via spanning en ontspanning, warmte en kou, druk en ruimte. Voor dat vermogen om je eigen binnenwereld waar te nemen bestaat een woord, interoceptie, en het heeft in je brein een eigen adres. Vooral de insula speelt daarin een rol, een gebied dat lichaamssignalen omzet in wat jij ervaart als een gevoel.

Die twee systemen praten niet automatisch met elkaar. Je kunt het ene tot in perfectie trainen zonder dat het andere meebeweegt. Dat verklaart waarom je feilloos kunt beschrijven wat je zou moeten voelen, zonder het daadwerkelijk te voelen. Waarom snappen niet hetzelfde is als veranderen zit precies in dat verschil.

Hoe je hoofd je heeft gered

Dat je zo in je hoofd bent gaan wonen, was geen keuze. Als een kind intense emoties ervaart ( angst, woede, verdriet maar ook blijdschap) en het wordt daarin niet ontmoet, of er komt afwijzing op, dan is weggaan bij die gewaarwordingen een uitstekende vorm van zelfbescherming. Voelen was toen simpelweg te pijnlijk, of te riskant.

Wat als kind functioneel was, en misschien wel je redding, is als volwassene vooral een belemmering. Het systeem draait nog steeds, alleen is de situatie waarin het ontstond allang voorbij. 

Wat er gebeurd als je gevoel weinig ruimte krijgt

Gevoel verdwijnt niet als je er geen ruimte voor maakt. Het verplaatst zich. Naar spanning in je nek, naar vermoeidheid zonder duidelijke oorzaak, naar een kort lontje op momenten die dat eigenlijk niet rechtvaardigen. Naar dat gevoel dat je ‘alles’ hebt en toch onrustig bent.

Je lichaam registreert alles wat je hoofd wegredeneert, en het houdt dat vast tot er alsnog ruimte voor komt.

Je lichaam praat de hele dag

Een opgetrokken schouder. Een keel die dichtknijpt. Een maag die zich omdraait bij een bepaalde naam in je inbox. Een adem die stokt terwijl iemand nog aan het praten is.

Deze signalen zijn er altijd geweest. Wat je hebt geleerd, is ze te negeren, ze weg te ademen of ze te overstemmen met nog een taak. Dat weggaan bij de signalen van je lichaam is aangeleerd, in een periode waarin voelen niet veilig of niet nuttig was. En wat afgeleerd is, valt ook weer te ontwikkelen.

Waarom bewustzijn alleen niet genoeg is

Bewust ademen helpt. Gronden helpt. Mindfulness helpt zeker, want daar leer je je aandacht richten op wat je ervaart. Het helpt je om bewuster te worden van wat je voelt én erbij te blijven zonder gelijk iets te willen doen.

We zijn geconditioneerd om weg te bewegen bij pijn en ongemak, en om plezier na te jagen. Boeddha noemde dat Samsara en zag het als de oorzaak van al het lijden. Die reflex is dus doodnormaal en zeker geen persoonlijke tekortkoming. Hij is alleen weinig behulpzaam, want zolang je bij elk ongemak vertrekt, ontdek je nooit dat je pijn ook kunt dragen. En dat er meestal een belangrijke boodschap in zit.

En dat is precies waarom je er met mindfulness alleen nog niet bent. Want je voelt misschien meer en kunt het observeren, maar wat dan? Hoe weet je wat je gevoel je te vertellen heeft en wat je ermee moet doen?

Hoe je meer contact krijgt met je gevoel

In lichaamsgerichte therapie leer je de signalen van je lijf weer serieus te nemen, te beginnen bij de kleinste. Er lopen daarin twee sporen naast elkaar, en ze zijn allebei nodig.

Erbij blijven zonder er een heel verhaal van te maken

Het eerste spoor is dat je je aandacht bij een gewaarwording houdt en er niet direct een verklaring aan vastplakt. Waar zit het, hoe voelt het, wordt het sterker of zwakker, komt er beweging in. Dat klinkt eenvoudig en is het niet, want je hoofd staat klaar om er onmiddellijk iets zinnigs over te zeggen.

Juist door dat uit te stellen, leert je zenuwstelsel iets nieuws. Voelen is geen bedreiging. Er is ruimte om erbij te blijven. Zo bouw je stap voor stap dat contact op, en dat is ook precies het antwoord op de vraag “ik wil meer contact met mijn gevoel, hoe doe ik dat”.

Nieuwe ervaringen opdoen in contact

Het tweede spoor is minstens zo belangrijk. Je hebt ooit geleerd dat je gevoel te veel was, of niet welkom. Toegang tot je gevoel krijgen vraagt dat je zenuwstelsel ervaart dat het in het Nu wél veilig is om te voelen wat je voelt. En dat leert het in contact met een ander mens.

In de therapiekamer zit iemand tegenover je die kalm en aanwezig blijft bij alles wat er in jou omgaat. Die blijft, ook als het heftig wordt, ook als er iets naar boven komt waar je je voor schaamt.

En als er een breuk ontstaat in dat contact, wat onvermijdelijk een keer gebeurt omdat ook ik weleens minder afgestemd reageer, dan benoemen we die breuk en herstellen we hem samen. Zo doet je systeem de ervaring op die vroeger ontbrak.

Marit en de naam in haar inbox

Neem Marit, 42 jaar, twee kinderen, vier dagen werken. Er is een collega van wie de naam in haar inbox iets met haar doet.

Vroeger merkte ze daar weinig van. Ze las de mail, vond hem wat kortaf, dacht dat ze zich aanstelde en schreef een vriendelijk antwoord. Drie keer herschreven. De rest van de dag was ze net iets te scherp tegen iedereen, ’s avonds had ze hoofdpijn en ze wist niet goed waar die vandaan kwam.

Nu merkt ze het eerder. Haar maag draait om nog voordat ze de mail heeft geopend. Ze blijft daar even bij, zonder er meteen iets van te vinden. Het wordt zwaarder, dan komt er een beeld bij van hoe ze zich voelde in de laatste vergadering. Ze herkent het. Dit is spanning, en eronder zit de angst voor het oordeel van iemand die ze belangrijk vindt. 

Ze voelt ook wat ze nodig heeft, namelijk duidelijkheid. Ze belt haar collega op in plaats van de mail voor de derde keer te herschrijven. Het gesprek duurt vier minuten en daarna is het weg. De hoofdpijn komt die avond niet.

Wat meer voelen je op kan leveren

Contact met je gevoel bouwt zich op, moment na moment waarop je iets voelt en erbij blijft. Na verloop van tijd wordt dat contact vertrouwder en ga je het verschil merken tussen een gedachte over wat je zou moeten voelen en het gevoel zelf. Je merkt eerder wanneer iets niet klopt voor jou, wat ook alles te maken heeft met grenzen voelen in plaats van bedenken.

En er gebeurt nog iets. Als je niet langer voortdurend bezig bent met het vermijden van alles wat je liever niet voelt, komt er ongelooflijk veel energie vrij om van je leven te genieten. Zonder dat je daar je best voor hoeft te doen. En als je er op emotioneel gebied echt voor jezelf kunt zijn, verdwijnt die strenge innerlijke stem vanzelf wat meer naar de achtergrond. Liever worden voor jezelf gaat dan bijna vanzelf.

Wil je dit zelf ervaren?

Als je merkt dat je het verhaal van jezelf feilloos kunt vertellen, maar dat er gevoelsmatig weinig veranderd, dan ligt er een belangrijke sleutel in het contact met je lichaam.

Benieuwd of lichaamsgerichte therapie je daarbij kan helpen? In een kennismakingsgesprek verkennen we samen wat jou vraag precies is en of ik inderdaad iets voor je kan betekenen. Je bent van harte welkom!

Van altijd ‘AAN’ naar meer innerlijke rust en ontspanning

Van altijd ‘AAN’ naar meer innerlijke rust en ontspanning

Je hoeft even niks, en toch sta je 'aan'

Misschien herken je dit wel; je hebt eindelijk een rustig moment. De kinderen slapen, je hoeft nergens meer naartoe en voor vandaag staat er niets meer op de planning. Je ploft op de bank, maar echt ontspannen lukt niet. Je been blijft wiebelen, je hoofd gaat nog alle kanten op en ergens vanbinnen blijft het maar doorgaan.

Ook op vakantie kan dat ineens zichtbaar worden. De eerste dagen ben je misschien vooral moe, prikkelbaar of zelfs ziek. Alsof je lijf pas durft te stoppen wanneer het eindelijk ‘mag’.

En als je wat bent bijgekomen, duurt het vaak ook nog even voordat je merkt dat je schouders zakken, je adem dieper wordt en je hoofd wat stiller. Om vervolgens na twee dagen werken alweer te denken: waar is die ontspanning gebleven? 

Best frustrerend. Maar als je gewend bent om altijd alert te staan, te regelen en door te gaan, is niks doen nog niet hetzelfde als ontspannen. 

Waarom ontspannen zo lastig kan zijn, ook als je niks hoeft

Wat hier speelt is geen gewoonte die je jezelf hebt aangeleerd en met wat discipline weer kunt afleren. Het is een diepe staat van je zenuwstelsel. Je systeem staat afgesteld op paraat zijn, en die afstelling gaat niet uit omdat je toevallig een vrije avond hebt.

Daarom lukt het wel om af en toe even te ontspannen, maar niet om ook echt ontspannen te ZIJN. Hieronder leg ik uit hoe dat precies zit, waarom het zo hardnekkig is en wat er dan wél voor nodig is.

Ontspanning bestaat uit twee dingen

Het eerste is onderhoud. Je lichaam geregeld de kans geven om spanning kwijt te raken, door te bewegen, te schudden, te ademen, te wandelen. Dat zijn vaardigheden en tools die eenvoudig te leren zijn. Wat voor jou werkt is bovendien iets persoonlijks, want de een ontlaadt in hardlopen en de ander in dansen of zingen. Het gaat erom te ontdekken welke manier van ontladen bij jou past.

Het tweede gaat dieper. Er is namelijk iets wat die spanning steeds opnieuw aanmaakt, ook op momenten dat er geen enkele aanleiding is. Zolang dat blijft draaien, blijf je dweilen met de kraan open. Om daar iets aan te veranderen, helpt het om te begrijpen wat je zenuwstelsel eigenlijk aan het doen is.

Hoe je brein je probeert te helpen

Binnen de neuropsychologie wordt het brein gezien als een systeem dat voortdurend voorspellingen maakt over wat er gaat gebeuren. Het wacht niet af wat er gebeurt en kijkt dan wat het ermee moet. Je brein maakt voortdurend een inschatting van wat er zo dadelijk komt, en die inschatting baseert het op wat je eerder hebt meegemaakt.

Dat is op zichzelf briljant, en het klopte ooit ook. Je systeem heeft die inschatting gemaakt in een situatie waarin hij precies bij de werkelijkheid paste. Het probleem is dat diezelfde oude voorspelling nu over het heden heen wordt gelegd. Je zenuwstelsel bereidt zich voor op de wereld van toen, terwijl je in de wereld van nu leeft.

Datzelfde geldt voor de binnenkant van je lichaam. Je brein zorgt vooruit dat je de energie hebt die het denkt straks nodig te hebben. Voordat je opstaat gaat je bloeddruk al omhoog. Voordat je dat lastige gesprek ingaat, klopt je hart al sneller.

Waarom de spanning er al is nog voordat je dag echt begint

Die spanning in je schouders op maandagochtend is dus een voorbereiding. Je systeem heeft alvast begroot dat er kracht, alertheid of inspanning nodig gaat zijn. Je lichaam maakt zich klaar voor actie, om te doen wat het denkt dat er nodig is.

Maar als die klaargezette energie vervolgens niet echt wordt gebruikt of afgevoerd, kan je lichaam in die staat blijven hangen. Je blijft gespannen, ook als er op dat moment niets is om gespannen voor te zijn.

Dat verklaart ook waarom een vakantie of een dagje vrij soms maar tijdelijk helpt. De omstandigheden veranderen wel, maar de voorspelling eronder verandert niet automatisch mee. Je agenda is leeg, maar je lichaam verwacht nog steeds dat er iets moet gebeuren.

Waar die voorspelling vandaan komt

De meest bepalende ervaringen zijn de vroegste. Een baby kan zichzelf niet kalmeren, dat komt van buiten. Het gezicht dat terugkijkt, de stem die zachter wordt, de armen die opvangen. Duizenden van die kleine momenten leren een zenuwstelsel wat het kan verwachten. Wat gebeurt er als ik huil? Als ik boos ben? Als ik iets nodig heb?

Die verwachtingen zijn gevormd voordat je woorden had. Ze zitten dus niet in je hoofd als gedachte, ze zitten in je lijf als verwachting. En omdat je veiligheid er ooit van afhing, staat het volume ervan hoog. Als ik het goed doe, blijft het rustig. Als ik zorg voor de ander, hoor ik erbij. Als ik iets nodig heb, ben ik te veel.

Zo’n zin voelt niet als een overtuiging die je hebt. Die voelt als hoe de wereld nu eenmaal is.

Waarom die verwachting niet vanzelf wordt bijgesteld

Normaal past je brein zijn inschattingen keurig aan. Je verwacht dat de hond bijt, de hond likt je hand, je voorspelling wordt anders. Zo leer je.

Bij ervaringen die vroeg en langdurig waren, gebeurt dat niet automatisch. De verwachting blijft staan, hoe vaak het heden ook iets anders laat zien. Dat komt doordat het tegenbewijs niet echt binnenkomt. Je gaat de situaties waarin het zou kunnen gebeuren liever uit de weg. Of je bent er wel, maar je voelt het niet omdat je op zo’n moment ergens boven je eigen ervaring hangt. Of je bent zo alert dat je altijd wel een signaal vindt dat de oude verwachting bevestigt.

En dan is er nog iets; je richt je leven (onbewust) zo in dat de verwachting nooit wordt getest. Wie verwacht dat een nee tot afwijzing leidt, zegt nooit nee. Er komt dan ook nooit bewijs van het tegendeel binnen. Dat is geen onwil en al helemaal geen zelfsabotage. Het is een overlevingsmechanisme dat ooit uitstekend werkte, in een tijd waarin het echt niet veilig was om te toetsen of het anders kon.

Alleen zit datzelfde mechanisme je nu in de weg. Dat is ook precies waarom je grens voelen voordat je hem kunt aangeven zoveel meer is dan een communicatievaardigheid.

Waarom inzicht hier zo weinig aan veranderd

Je kunt haarfijn weten waar je spanning vandaan komt. Je kunt je gezin van herkomst uittekenen, de patronen benoemen, het herkennen in je moeder en in je oma. En toch trekken je schouders omhoog zodra je je telefoon ziet oplichten.

Dat is geen kwestie van te weinig doorzetten. Inzicht leeft in de laag van woorden, hoog in het systeem. De verwachting die je zenuwstelsel aanstuurt, is veel eerder gebouwd en ligt veel dieper. Een correctie bovenin sijpelt niet vanzelf naar beneden, want je brein heeft geen enkele reden om een goede gedachte zwaarder te laten wegen dan een lichamelijke verwachting waar ooit je overleven van afhing. Dit is de kern van waarom snappen niet hetzelfde is als veranderen.

Wat je systeem nodig heeft, is bewust een nieuwe ervaring opdoen die ook werkelijk binnen kan komen. En niet één keer, maar herhaaldelijk.

Hoe echte verandering ontstaat

Diepere ontspanning ontstaat niet doordat je jezelf vertelt dat je nu toch echt eens moet ontspannen. Je lichaam heeft nieuwe ervaringen nodig die laten zien: het kan ook anders. En dat werkt het beste in kleine stapjes, op een manier die voor jou te doen is.

Want als iets te veel of te snel gaat, voelt het al gauw alsof je oude verwachting toch klopt. Je schiet weer in de spanning, trekt je terug of gaat juist extra hard je best doen. Niet omdat je niet wilt veranderen, maar omdat het simpelweg te veel is.

Denk bijvoorbeeld aan iemand die gewend is geraakt om anderen niet helemaal te vertrouwen. Een warme reactie van een ander kan dan best fijn zijn, maar ook ongemakkelijk voelen. Je hoeft jezelf dan niet te dwingen om die warmte meteen helemaal toe te laten. Misschien kun je er een klein beetje van voelen. Tien procent. En even merken: dit is nieuw, maar het is oké.

Juist die kleine momenten maken verschil. Je ervaart iets anders dan je gewend bent en je lichaam krijgt de kans om daar langzaam aan te wennen. Zo wordt wat eerst spannend was, stap voor stap iets wat je steeds beter kunt verdragen.

Van begrijpen naar ervaren met lichaamsgerichte therapie

Als je lange tijd gewend bent om alert te zijn, zit die spanning niet alleen in je gedachten. Je lichaam heeft die manier van reageren als het ware ook geleerd. Het reageert op de -meestal onbewuste- voorspellingen van je brein. Je schouders spannen zich aan, je adem wordt oppervlakkiger, je buik trekt samen of je voelt een onrust die je niet goed kunt plaatsen.

Je kunt jezelf rationeel vertellen dat het allemaal wel meevalt, maar je lichaam kan ondertussen iets heel anders vertellen. Daarom is het zo belangrijk om niet alleen te begrijpen wat er met je gebeurt, maar ook te leren voelen wat er in je lichaam gebeurt. Juist daar kun je nieuwe ervaringen opdoen, in kleine stapjes die je systeem kan verdragen. En precies daar is lichaamsgerichte therapie zo helpend.

Je leert steeds beter herkennen wat je lichaam je vertelt: waar spanning zit, wanneer die oploopt en wat er gebeurt als je er even bij blijft. Dat groeiende lichaamsbewustzijn helpt je om eerder te merken wat je nodig hebt en om niet pas in actie te komen wanneer je al helemaal over je grens bent.

Van daaruit kun je ook heel bewust oefenen met iets nieuws. Je hoeft niet meteen midden in de spanning te blijven. We bewegen juist steeds een beetje heen en weer: tussen wat spannend of moeilijk voelt en een plek in je lijf waar het rustiger is. Je merkt de spanning op en gaat vervolgens weer terug naar iets wat prettig, vertrouwd of rustig voelt. Zo ervaart je lichaam: ik kan dit voelen. Ik kan hier blijven. En ik kan weer terug naar rust.

Zo krijgt je zenuwstelsel steeds opnieuw een andere ervaring. Niet alleen ik weet dat het veilig is, maar steeds meer: ik voel dat het veilig is. En hoe vaker je dat ervaart, hoe groter de ruimte wordt waarin je kunt voelen zonder overspoeld te raken. Bovendien kun je in therapie ervaren dat je niet altijd alert hoeft te zijn, dat je steun kunt ontvangen en dat je niet alles zelf hoeft op te lossen. Zodat het langzaam maar zeker mogelijk wordt om meer te vertrouwen; op jezelf én op de ander. 

Spanning in contact met anderen

Sommige oude verwachtingen gaan vooral over contact met anderen. Misschien heb je geleerd dat je beter niet te veel kunt vragen, dat je rekening moet houden met de ander of dat je jezelf beter een beetje kunt aanpassen. Want als je te veel ruimte inneemt, raak je de ander misschien kwijt.

Zo’n verwachting verandert niet alleen doordat je erover nadenkt. Je hebt ook nieuwe ervaringen nodig in contact met iemand anders.

In de therapiekamer kun je bijvoorbeeld iets uitspreken wat je normaal zou inslikken. Je merkt de spanning op die dat oproept en ervaart dat ik blijf luisteren. Ik wijs je niet af en neem het niet meteen van je over. En als we elkaar eens niet goed begrijpen, kunnen we dat samen onderzoeken en herstellen.

Juist zulke momenten kunnen iets nieuws laten ervaren. Een verschil van mening hoeft niet te betekenen dat het contact verloren gaat. Je mag iets nodig hebben zonder dat je daarmee te veel bent. En je hoeft niet alles goed te doen om welkom te zijn.

Je lichaam heeft ontlading nodig

Naast het opdoen van nieuwe ervaringen heeft je lichaam ook geregeld de kans nodig om spanning kwijt te raken. Denk aan een stevige wandeling na een moeilijk gesprek, even schudden op muziek of hard meezingen in de auto. Je hoeft daar geen ingewikkeld iets van te maken. Het gaat erom dat je ontdekt wat jou helpt om spanning af te voeren en weer wat meer ruimte in je lijf te voelen.

Het is zonder twijfel heel waardevol om te ontdekken wat hierbij voor jou het beste werkt. Maar het lost niet automatisch de onderliggende verwachting op die de spanning steeds opnieuw aanmaakt. Daarvoor is meer nodig dan af en toe ontladen. Je leert ook herkennen wat je systeem steeds opnieuw activeert en ervaart stap voor stap dat het anders kan.

Judith en de zondagavond

Neem Judith, 40 jaar, twee kinderen, drie dagen werken. Haar zondagavonden waren jarenlang hetzelfde. Zodra het stil werd in huis, ging ze opruimen en de planning voor de week doornemen. Daarna keek ze nog wat tv en las een boek, maar in bed lag ze nog minstens anderhalf uur wakker.

Ze wist waar het vandaan kwam. Een moeder die de boel maar net draaiende hield, en een oudste dochter die vroeg leerde dat het thuis goed ging zolang zij overzicht had. Dat verhaal kon ze uitstekend vertellen, maar haar zondagavonden veranderden er niet van.

Wat wel iets deed, was klein en lichamelijk. Ze leerde opmerken wat er in haar buik gebeurde op het moment dat het stil werd in huis. Daaronder zat onrust, en onder die onrust een diepe angst dat er iets misgaat als zij niet oplet. In plaats van meteen op te staan en iets te gaan doen, bleef ze daar even bij, en daarna zocht ze bewust een plek in haar lijf op waar het wél rustig was. Heen en weer. Eerst tien seconden, later langer.

Daarna deed ze iets wat spannender was. Ze zei tegen haar partner dat ze zaterdag niets ging plannen. Geen uitleg, geen aanbod om het goed te maken. Hij vond het prima. Haar systeem noteerde iets wat het niet had verwacht. Ik neem ruimte in en er stort niets in.

De stap daarna ging over het overzicht zelf. Judith droeg dat al jaren alleen, zonder dat iemand daar ooit om had gevraagd. Ze begon dingen echt uit handen te geven. De gymtassen, de verjaardagen op school, het weekmenu. Niet als lijstje dat ze aan haar partner overhandigde met instructies erbij, maar als hele taak, inclusief het denken eraan. Dat voelde in het begin ongemakkelijker dan het zelf blijven doen, want zolang zij het deed wist ze tenminste zeker dat het goed ging.

En toen ging het inderdaad een keer mis. Haar zoon kwam op maandag zonder gymtas op school aan. Precies daar zat het echte werk. Want in dat moment kwam alles omhoog wat ze kende. Het gevoel dat ze had gefaald, dat een goede moeder dit had voorkomen, dat ze het beter zelf had kunnen blijven doen. Wat ze inmiddels kon, was daarbij blijven. De schaamte voelen zonder er meteen iets mee te doen, merken hoe haar borst samentrok, ademen, en het laten zakken. Zonder verwijt naar haar partner en zonder verwijt naar zichzelf. Daarmee gaf ze de mensen om haar heen ook de ruimte om zelf te leren van een fout, iets wat ze eerder altijd voor iedereen had weggepoetst.

Een half jaar later zijn haar zondagavonden nog steeds haar minst prettige avond van de week. Ze ligt er alleen niet meer wakker van. En er is iets bijgekomen wat ze niet had zien aankomen; ze ervaart meer steun van haar partner. Het reilen en zeilen van het gezin is iets van hen samen geworden, en dat geeft ademruimte en rust die ze met geen enkele ontspanningsoefening had kunnen organiseren.

Wat er veranderd als het model verschuift

Ontspanning die op deze manier ontstaat, voelt anders dan ontspanning die je met wilskracht afdwingt. Je hoeft er niets voor te doen, want er is simpelweg minder om je tegen te wapenen.

Je merkt het aan kleine dingen. Je valt makkelijker in slaap. Je bent minder snel geïrriteerd op momenten die dat niet rechtvaardigen. Je kunt op een vrije middag daadwerkelijk op de bank zitten zonder dat er iets in je omhoog komt dat zegt dat je nuttiger bezig moet zijn. En alle energie die het kostte om permanent paraat te staan, komt beschikbaar voor dingen waar je wel wat aan hebt.

Dat gaat niet in een weekend. Een verwachting die dertig of veertig jaar heeft gedraaid, wordt herschreven door herhaling. Maar elke keer dat je systeem iets meemaakt wat tegen de oude verwachting ingaat, verschuift er iets wezenlijks. 

Van elkaar mogen leren

In individuele therapie kun je diepgaande ervaringen opdoen en je eigen zenuwstelsel beter leren kennen. Ook leer je daar wat je nodig hebt om ontspanning meer vanzelf te laten gaan. 

Maar juist omdat herhaling de sleutel is, is een tijdje meedoen aan één van mijn groepen of trainingen ook heel waardevol. Je oefent daar niet maar één keer met iets nieuws, maar maandenlang met verschillende mensen en in steeds andere situaties.

Iets zeggen wat je normaal inslikt terwijl acht mensen naar je kijken. Merken dat er niemand wegloopt. Ruimte innemen en ervaren dat de ander blijft. En daarbij zie je ook nog eens hoeveel anderen worstelen met precies dezelfde dingen, wat op zichzelf al iets doet met het idee dat er iets mis is met jou.

Dat maakt van een groep een oefenruimte waarin je zenuwstelsel keer op keer nieuwe informatie krijgt. Precies wat er nodig is om een oude verwachting stap voor stap te laten verschuiven.

Wil je ontdekken wat jou helpt om écht te ontspannen?

Als je herkent dat ontspannen lastig is, terwijl je wel vanalles hebt geprobeerd, dan zit het waarschijnlijk op een diepere laag. Dat betekent niet dat je het verkeerd doet. Het kan zijn dat je lichaam nog steeds reageert op oude verwachtingen, ook al is je leven inmiddels veranderd.

In lichaamsgerichte therapie onderzoeken we samen wat er bij jou gebeurt en wat je nodig hebt om daar verandering in te brengen. Niet door jezelf nog harder aan te pakken, maar door stap voor stap nieuwe ervaringen op te doen die je lichaam ook werkelijk kan opnemen.

Benieuwd of lichaamsgerichte therapie bij je past? Je bent welkom voor een gratis sessie van een halfuur. Dan kijken we samen waar je tegenaan loopt en wat je nodig hebt om meer ontspanning en ruimte te ervaren. Ik ontmoet je graag!

Van streng voor jezelf naar meer tevredenheid en zelfacceptatie

Van streng voor jezelf naar meer tevredenheid en zelfacceptatie

Voor iedereen mild, behalve voor jezelf

Voor je collega heb je alle begrip als ze een deadline mist. Voor je vriendin een luisterend oor als ze weer twijfelt aan zichzelf. Maar voor jezelf geldt een andere maatstaf. Daar klinkt het ongeveer zo:

“Kom op, doe niet zo moeilijk.” “Waarom lukt dit anderen wel gewoon.” “Zeur niet, je hebt het toch prima voor elkaar.”

Die strengheid voelt inmiddels zo vertrouwd dat je bijna vergeten bent dat het ook anders kan. Of misschien wíl je wel wat vriendelijker zijn voor jezelf, maar ja, hoe dan?

Waar die strenge stem vandaan komt

Om daar antwoord op te geven is het nodig om eerst te snappen waarom die innerlijk stem er eigenlijk is en wat hij of zij probeert te bereiken. Want geloof het of niet, die stem heeft goede bedoelingen. Maar daarover later meer. 

Om bij het begin te beginnen: die stem is niet uit het niets ontstaan en je hebt hem ook nooit bewust gekozen. Hij ontstond toen je nog heel klein was, als antwoord op wat je in jouw gezin van herkomst aantrof. 

En toen was dat de allerbeste (onbewuste) strategie om te dealen met het ervaren van een bepaald gemis. Let me explain. 

Waarom het helpt om te denken dat alles aan jou ligt

Stel je voor. Je bent een klein kind, dus volledig afhankelijk van de mensen om je heen. Zij zijn jouw wereld. Zij zorgen voor je, troosten je, beschermen je en geven je het gevoel dat je erbij hoort. Maar stel dat dat niet altijd lukt. Dat je vaak alleen bent met je verdriet. Dat je niet genoeg aandacht krijgt, je niet echt gezien voelt of dat er weinig ruimte is voor jouw boosheid, angst of behoefte aan nabijheid. Wat moet je dan?

Je kunt als klein kind nog niet denken: mijn ouders kunnen mij niet geven wat ik nodig heb. Zij hebben hun eigen geschiedenis, hun eigen beperkingen, dit ligt niet aan mij. Dat is veel te ingewikkeld. En eigenlijk is het ook veel te bedreigend. Want als degene van wie jij volledig afhankelijk bent niet beschikbaar is, wie zorgt er dan voor jou? Dus zoekt je kinderlijke brein een andere verklaring: dan zal het wel aan mij liggen.

En gek genoeg geeft dat ook een beetje houvast. Want als het aan jou ligt, kun je er misschien iets aan doen. Misschien moet je liever zijn. Minder huilen. Niet zo boos doen. Beter je best doen. Slimmer zijn. Makkelijker. Aardiger. Minder lastig. Zo ontstaat langzaam een innerlijke stem die je vertelt hoe je moet zijn om liefde, aandacht en verbinding niet kwijt te raken. Een stem die ooit bedoeld was om je veilig te houden, maar die je jaren later nog steeds streng toespreekt alsof er ieder moment iets mis kan gaan als je niet aan die oude regels voldoet.

Hoe aanpassen je leven heeft gered

Een concreet voorbeeld: je bent zes jaar en je wordt boos omdat je moeder iets belooft en het vervolgens niet doet. Je stampt met je voeten en roept: “Ik vind jou stom!” Je moeder wordt daar heel boos van of trekt zich juist terug. Je voelt meteen: mijn boosheid kost me verbinding.

Je kunt dan niet denken: mijn boosheid is eigenlijk een gezonde reactie op teleurstelling en mijn moeder kan daar niet goed mee omgaan. Je leert eerder: boos zijn is gevaarlijk. Als ik boos ben, raak ik iemand kwijt. En voor een jong kind is dat geen optie, want je bent letterlijk voor je leven afhankelijk van je verzorgers.

Dus slik je je boosheid in. Je past je aan. En ergens vanbinnen ontstaat een stem die zegt: niet zo lastig doen, hou je in, wees lief.

Waarom die stem nooit tevreden is

Het gaat dus eigenlijk over onvervulde (hechtings)behoeften van vroeger. Aan gezien worden, welkom zijn, bevestiging, ruimte om te voelen wat je voelt. Kortom: aan liefdevolle, onvoorwaardelijke aanwezigheid. Als die er onvoldoende was, beschermt de innerlijke criticus je tegen het voelen van hoe pijnlijk dat werkelijk is.

Maar het tragische is: die behoeften worden niet vervuld door nog harder je best te doen. En dus blijft de stem doorgaan. Hij vindt steeds nieuw bewijs dat het toch aan jou ligt, jaagt je op en legt de lat telkens een stukje hoger. Je moet liever. Beter. Slimmer. Minder lastig.

Onder al die kritiek ligt uiteindelijk de pijn van wat er vroeger ontbrak: liefde, waardering, erkenning, veiligheid, het gevoel dat je ertoe deed. Precies die pijn was ooit de reden dat deze stem ontstond. Om je daar tegen te beschermen.

Je innerlijke criticus is geen vijand

Dat geeft gelijk een andere kijk op zo’n strenge stem. Want de innerlijke criticus wordt vaak neergezet als een tegenstander die je moet verslaan. En dat is misschien ook niet zo gek, want al die kritische gedachten zijn vaak heel pijnlijk. Het gevoel van tekortschieten, er niet toe doen of niet te deugen is ontzettend naar. Toch is het in de kern een beschermingsmechanisme. Tegen een pijn die nóg erger is dan al die zelfafwijzing en die ooit, toen je klein was, zelfs onverdraaglijk was.

Je innerlijke criticus leren kennen als beschermer verandert het gevecht in iets heel anders. Je hoeft die stem dan niet langer te overtuigen of het zwijgen op te leggen, je kunt er nieuwsgierig naar worden. Door te ontdekken wat hij voor je probeert te doen én hem te laten zien dat er in het Nu ook een andere weg is, kan hij veranderen in een bondgenoot die je scherp houdt. Maar zonder je nog langer het gevoel te geven dat je eigenlijk niet deugt.

Hoe je eigenwaarde ontwikkelt

Voel je je niet goed genoeg, dan is de automatische beweging vaak: harder werken, meer bewijzen, strenger zijn voor jezelf. Maar daarmee bevestig je onbewust precies de overtuiging die onder de innerlijke criticus ligt: ik ben pas goed genoeg als ik iets bereik, er goed uitzie, succesvol ben of mijn leven op orde heb.

Maar echte eigenwaarde ontstaat niet door wat je doet of bereikt. Ze groeit uit liefde, erkenning en verbinding met wie je bent. Je kunt jezelf niet naar onvoorwaardelijke eigenwaarde toe presteren. De weg van nooit goed genoeg naar meer ontspanning loopt daarom niet via nóg meer je best doen, maar via iets anders: ervaren dat je waardevol bént, los van wat je doet of laat.

Zelfacceptatie zit niet in je hoofd

Van denken naar voelen

Zelfacceptatie is niet jezelf ervan overtuigen dat je goed genoeg bent. Het is het vermogen om aanwezig te blijven bij alles wat er in je leeft: je verdriet, boosheid, verlangen, onzekerheid én plezier. Jezelf steeds opnieuw welkom heten, precies zoals je op dat moment bent.

Dat lukt alleen als je je vanbinnen veilig genoeg voelt om te voelen wat er te voelen is. En die veiligheid zit niet in je hoofd, maar in je lichaam. Je lichaam laat je voelen: ik hoef mezelf niet te verlaten om erbij te horen. Precies daar begint de beweging van jezelf afwijzen naar je gevoel werkelijk toelaten.

De rol van je lichaam

Lichaamsgerichte therapie werkt daarom met ervaren in plaats van met overtuigen. Er gebeuren twee dingen naast elkaar, en ze zijn allebei onmisbaar.

Het eerste is dat je leert je aandacht te brengen naar de plekken waar die oude bescherming zich in je lichaam heeft vastgezet. Vaak merk je dat in je kaak, je schouders, je buik of je ademhaling. Door daar met aandacht bij te blijven, in plaats van er automatisch overheen te stappen, ontstaat er ruimte. Je leert steeds eerder voelen wat er in je gebeurt, ook bij grenzen die je voorheen pas achteraf opmerkte.

Nieuwe ervaringen opdoen in contact

Het tweede is minstens zo belangrijk. Je zenuwstelsel doet nieuwe ervaringen op in contact met een ander mens, in dit geval met mij als therapeut. Het leert signalen van veiligheid herkennen én, wat vaak nog lastiger is, ze ook werkelijk aannemen.

Dat is precies de ervaring die vroeger ontbrak. Iemand die kalm en gereguleerd blijft terwijl alles in jou er mag zijn. Die blijft, ook als het spannend wordt, in plaats van boos te worden of uit contact te gaan.

En als er een breuk ontstaat in dat contact (iets dat onvermijdelijk is), dan benoemen we die breuk en herstellen we hem samen. En juist dat vermogen tot repareren is zo cruciaal om meer vertrouwen te krijgen; in jezelf en in de ander. 

Liever worden voor jezelf

Langs die weg leer je iets wat je met denken alleen nooit voor elkaar krijgt. Bij jezelf aanwezig blijven, wat je ook voelt. Met zachtheid en compassie kijken naar je pijn en naar al je overlevingsdelen, de innerlijke criticus incluis, in plaats van jezelf af te wijzen, te veroordelen of snel te willen fixen.

En juist daar begint er iets te veranderen. Hoe meer jij er voor jezelf kunt zijn, hoe minder hard die criticus hoeft te werken. Zodra je de oude pijn niet langer hoeft weg te duwen, maar haar durft te voelen en erbij kunt blijven, is zijn belangrijkste taak minder nodig. De bescherming tegen die pijn hoeft niet meer zo sterk te zijn. En dus verzacht de criticus vanzelf.

Van criticus naar bondgenoot

Hoe meer jij er voor jezelf kunt zijn en hoe meer je lichaam ervaart dat het gevaar van vroeger voorbij is, hoe minder hard die criticus hoeft te werken. De toon wordt milder, de frequentie lager.

En als die stem nog scherp uit de hoek komt, herken je hem als een oud beschermingsmechanisme, niet als de waarheid over jou. Je hoeft hem niet meer te geloven. Hij mag je nog steeds waarschuwen en risico’s inschatten, maar van strenge bewaker wordt hij een raadgever: iemand naar wie je kunt luisteren, zonder automatisch te doen wat hij zegt.

Sanne, 43 jaar, moeder van Rosa (10 jaar)

“ Gisterenavond bracht ik mijn dochter naar bed. Ze wilde nog iets vertellen, maar ik was moe en snauwde: “Nu is het echt klaar, ik heb hier geen tijd meer voor.” Later op de bank voelde ik meteen die bekende druk op mijn borst en spanning in mijn buik. En daar kwam hij: “Zie je wel. Wat ben ik toch voor moeder? Ze had je nodig en jij was weer zo kortaf.”

Vroeger ging ik daar meteen in mee. Ik zou echt het gevoel hebben dat ik een waardeloze moeder ben. Nu probeer ik eerst te voelen wat er in mijn lijf gebeurt. Ik merk de spanning, voel mijn voeten op de grond en adem even rustig door. En als ik daar blijf, merk ik dat er onder die kritiek iets anders zit: verdriet. Ik had er graag anders willen zijn voor mijn dochter. En ik was gewoon moe.

Dat maakt ruimte voor iets nieuws. Ik hoef mezelf niet af te straffen om te erkennen dat ik iets anders had willen doen. Misschien zegt die kritische stem ook wel iets nuttigs: misschien moet je morgen iets eerder je laptop dichtdoen. Daar kan ik naar luisteren. Maar ik hoef niet meer te geloven dat één snauw betekent dat ik een slechte moeder ben. Ik kan iets doen waar ik spijt van heb, het goedmaken en mezelf toch een ‘goed genoeg’ moeder vinden.”

Wat er verschuift als je milder wordt voor jezelf

Wanneer die verschuiving zich voltrekt, hoef je jezelf niet meer voortdurend te bewijzen om rust te voelen. Een foutje is dan een foutje en geen bewijs dat je faalt. Je merkt dat je makkelijker geniet van iets goeds, zonder dat er meteen een stem opstaat die zegt dat het eigenlijk beter had gekund. Je merkt ook dat je eerder voelt wanneer iets te veel van je vraagt, waardoor je op tijd iets anders kunt kiezen.

Dat is het gevolg van een veranderde relatie met jezelf, opgebouwd via je lichaam en via nieuwe ervaringen in contact.

Plan een gratis sessie

Ben je klaar met steeds maar aan jezelf werken, maar verlang je wel naar echte verandering? Naar een vriendelijker contact met jezelf, waarin je niet steeds hoeft te verbeteren, maar mag leren om liever voor jezelf te worden?

Dan is lichaamsgerichte therapie een hele geschikte ingang, doordat je werkelijk van binnenuit gaat ervaren wat er nodig is om te kunnen verzachten. Ik nodig je van harte uit voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek, zodat we samen kunnen voelen of dit jouw volgende stap is.

De weg van ‘nooit goed genoeg’ naar meer ontspanning en rust in jezelf

De weg van ‘nooit goed genoeg’ naar meer ontspanning en rust in jezelf

Last van die kritische stem

Hoe hard je ook je best doet, het voelt alsof je het nooit goed genoeg kunt doen. Want ook al heb je de dag perfect geregeld en is iedereen om je heen voorzien, toch is er die innerlijke stem: “doe niet zo moeilijk”, “je bent te gevoelig”, “je doet lastig”. 

Ondertussen ben je doodmoe en is dat al bijna normaal. Natuurlijk heb je van alles geprobeerd om daar verandering in te brengen. Therapie, yoga, mindfulness, boeken die je met potlood hebt onderstreept. En toch zit die onrust er nog steeds, ergens diep vanbinnen. 

En weer is daar die innerlijke strem die roept dat het aan jou ligt. “Je wéét het allemaal wel, dus waarom lukt het dan niet?”

Goed nieuws: er is helemaal niks mis met jou. Er is gewoon iets anders nodig.

Waarom snappen niet hetzelfde is als veranderen

Je hebt waarschijnlijk al meer gelezen over trauma, hechting en het zenuwstelsel dan de gemiddelde behandelaar. Je kent de termen vermijdende en angstige hechting, je hebt echt wel inzicht in je patronen en toch verandert er in de kern weinig. Dat is geen falen van jouw kant. Het is een misverstand over hoe verandering werkt.

Nieuwe verbindingen in je brein ontstaan door iets echt te ervaren en te doorvoelen. Inzicht is de kaart, doorvoelen is de reis zelf. Je kunt de kaart van Portugal uit je hoofd kennen en nog nooit de zon op je huid hebben gevoeld.

Zo werkt het ook met je patronen. Je hoofd kan het hele verhaal vertellen, precies benoemen waar het vandaan komt en wat er zou moeten veranderen. Maar je zenuwstelsel luistert naar iets anders. Het luistert naar een ervaring van veiligheid, van iets dat werkelijk anders aanvoelt dan vroeger. En niet één keer, maar herhaaldelijk. Dat is waarom stoppen met overtuigen en beginnen met voelen wat klopt zoveel meer oplevert dan nog een boek, nog een inzicht, nog een goed gesprek.

Sanne, 38 jaar, twee kinderen en een baan

“Ik had al zoveel gedaan en ik kende alle theorie over mijn zenuwstelsel en mijn hechtingsstijl en ik deed oprecht mijn best om meer te ontspannen. Om wat liever voor mezelf te zijn en meer vertrouwen te hebben. Yoga, mindfulness, ademoefeningen….ik heb het allemaal geprobeerd.  En toch viel ik op een doodgewone dinsdagavond uit tegen mijn dochter om iets kleins, en voelde ik me daarna een waardeloze moeder.  

Wat echte verandering heeft gebracht, is leren voelen wat er in mijn lijf gebeurd. Met lichaamsgerichte therapie leerde ik signalen herkennen én ontdekte ik ook wat er dan nodig is. Doordat ik nu bijvoorbeeld  de spanning in mijn schouders en mijn hoge ademhaling opmerk, kan ik op tijd een stap terug doen.  Even diep ademhalen, mijn schouders rollen en vriendelijk maar beslist tegen mijn dochter zeggen dat ik éérst mijn mailtje afmaak en daarná bij haar kom. Zo’n duidelijke grens kon ik eerst echt niet stellen, maar het brengt zoveel meer rust!”

Waar dit patroon vandaan komt

Bij trauma denken de meeste mensen aan schokkende gebeurtenissen, zoals oorlog, geweld of verlies. Ontwikkelingstrauma is minder zichtbaar, maar heeft minstens zoveel impact. Het ontstaat door een gebrek aan emotionele veiligheid in je jeugd, vaak vanuit ouders die zelf ook onvoldoende hebben geleerd om aanwezig te blijven bij hun eigen emoties. En dus ook die van jou. Dat heeft niks met liefde te maken, maar alles met onvermogen vanuit eigen verwondingen en gemis.  

En dus deed je vroeger wat elk slim kind doet. Je trok je terug in je hoofd. Dat was geen bewuste stragetie maar een hele passende manier van omgaan met de situatie van toen. En dus werd je goed in begrijpen, dingen zelf regelen, het overzicht bewaren. Dat heeft je ver gebracht, en het heeft je ook afgesneden van het deel van jezelf dat voelt wat het op een dieper niveau nodig heeft. Dat is precies waarom meer contact met je gevoel begint in je lijf in plaats van in nog meer denkwerk.

De impact van jouw overlevingsstrategie laat zich vandaag zien in spanning in je lijf, in het vermijden van conflict, in de manier waarop je je terugtrekt of juist stevig vasthoudt aan de mensen om je heen. Het verleden is voorbij, maar de invloed leeft voort in je zenuwstelsel, je lichaam en je relaties. Daarom is het minder relevant wat er precies is gebeurd, en veel relevanter wat jij vandaag nodig hebt om meer te kunnen ontspannen en tevredenheid te ervaren. Wat mis je nu nog in de manier waarop je met jezelf omgaat? Waar verlang je naar, maar durf je nog niet naartoe?

Om dat te kunnen voelen heb je als eerste contact met je lijf nodig. En om je eigen behoeften dan ook serieus te nemen én te durven volgen, is het nodig om nieuwe ervaringen op te doen in relatie met anderen. Zodat je brein en je zenuwstelsel leren dat het nu wel veilig genoeg is om te doen wat klopt voor joú. En zodat er ruimte komt om te ontspannen en wat moeitelozer door het leven te gaan.

De relatie met jezelf komt eerst

Maar voordat het over jouw relaties met anderen kan gaan (externe hechting), gaat het over de relatie die je met jezelf hebt (interne hechting). Hoe ga jij om met je eigen gevoelens, je eigen behoeften, je eigen grenzen? De meeste vrouwen die bij mij komen, hebben nooit bewust gezien dat dit ook een relatie is. Misschien wel de belangrijkste relatie in je hele leven, want die bepaalt niet alleen hoe je denkt en wat je doet, maar ook hoe je je van binnen voelt.

Maar hoe bouw je dan aan een fijne relatie met jezelf? Wat ik daarin een heel helpend perspectief vind, is dat van de verschillende innerlijke delen. Methoden als Voice Dialogue maar ook IFS werken daar bijvoorbeeld mee en de kern ervan is eigenlijk heel simpel.

Onze binnenwereld bestaat uit allemaal verschillende delen, die ervoor zorgen dat we kunnen functioneren in de wereld. Die delen worden gevormd door onze (vroege) ervaringen maar worden een leven lang bijgeschaafd. De meeste mensen herkennen bijvoorbeeld al snel een regelend deel, een soort interne manager die overzicht houdt en dingen voor elkaar krijgt, en een zorgzaam deel, dat aandacht heeft voor anderen. 

Ook de verschillende rollen die je vervult, als moeder, als collega, als partner, worden aangestuurd door dat soort delen. Dat is niets bijzonders, het is een normaal en gezond onderdeel van hoe we als mens in elkaar zitten.

Bij ontwikkelingstrauma, of bij ouders die emotioneel afwezig of weinig beschikbaar waren, gebeurd er naast het vormen van die innerlijke delen ook nog iets anders. Bepaalde delen worden onderdrukt, omdat ze vroeger niet welkom waren en zorgden voor afwijzing, of voor het risico dat je de hechtingsrelatie kwijtraakte waar je als kind volledig van afhankelijk was. Een verdrietig deel dat te horen kreeg dat het zich niet zo aan moest stellen. Een boos deel dat gevaarlijk voelde om te laten zien. Een behoeftig deel dat leerde zichzelf onzichtbaar te maken.

Het herstel zit in het weer contact maken met AL jouw innerlijke delen. Ze leren kennen, in plaats van ze weg te duwen, en ze langzaam weer een plek geven in wie je bent. Want juist die delen zijn een toegangspoort naar onze diepste verlangens, behoeften en levensenergie. Zo met jezelf omgaan is de kern van zelfacceptatie en zelfliefde. 

De ouder worden voor jezelf die je vroeger zo hebt gemist

Hier ligt de sleutel. De weg naar minder zelfafwijzing ligt in het worden van de ouder voor jezelf die je vroeger nodig had. Aanwezig, liefdevol, in staat om te zien wat er speelt zonder meteen te fixen of te veroordelen.

Denk aan Marieke. Boos worden kon ze niet voelen, dat zat ergens diep weggestopt. In plaats daarvan paste ze zich aan. Pleasen, terugtrekken, ja zeggen terwijl ze nee bedoelde. Daardoor werd het lastig om haar grenzen te voelen, laat staan aan te geven. De wortel lag bij haar vader, die vroeger heftig boos kon worden. Ze werd daar als kind bang van, en die angst nam ze mee. Zelf boos worden voelde sindsdien gevaarlijk, waardoor ze ook geen toegang meer had tot haar eigen levensenergie. Dat leidde tot vermoeidheid, weinig zin, lusteloosheid, weinig genieten en weinig plezier. In therapie leerde ze contact maken met haar woede, die gedoseerd uiten en daarmee voor zichzelf opkomen. De energie ging weer stromen en ze werd voelbaarder, ook voor de mensen om haar heen.

Wat hier gebeurde, is in werkmethodes als Voice Dialogue en Internal Family Systems al langer bekend terrein. Bij Marieke leefde er een angstig kind, het deel dat ooit doodsbang werd van haar vaders woede en dat sindsdien alles deed om boosheid te vermijden, ook haar eigen boosheid. Daarnaast leefde er een boos kind, het deel dat haar onaangeraakte levensenergie in zich droeg, maar dat nooit veilig genoeg was om zich te laten zien. Zolang die twee delen de leiding hadden, zonder dat er iemand tussen stond, bleef ze schommelen tussen aanpassen en wegduwen van wat ze voelde.

Herstel zit in het ontwikkelen van een derde positie, in plaats van het ene deel te laten winnen van het andere of het angstige en boze kind weg te poetsen. Deze derde positie wordt soms de gezonde volwassene genoemd, soms de middenpositie. Dat is het deel in jou dat kan waarnemen wat het angstige kind voelt en wat het boze kind nodig heeft, zonder erin mee te gaan en zonder het weg te duwen. Vanuit die positie wordt boosheid vooral informatie die je kunt gebruiken, in plaats van een gevaar dat onderdrukt moet worden of een uitbarsting die je overneemt. Precies daardoor kon Marieke in het hier en nu een grens voelen én daadwerkelijk stellen, iets waar geen van beide kinderdelen alleen toe in staat was. Dit is wat innerlijk ouderschap in de kern betekent, de aanwezige volwassene worden die al je delen kent, erkent en een plek geeft.

De sleutel zit in stoppen met werken aan jezelf, en beginnen met er zijn voor jezelf. Kiezen vanuit zachtheid in plaats van vanuit wat moet is precies dat, elke dag opnieuw.

Waarom echte verandering via je lichaam gaat

Behoeften kun je niet bedenken, die voel je. Hetzelfde geldt voor je diepere verlangens. En als het ooit onveilig was om daar contact mee te hebben of die te uiten, dan heeft je lichaam zich daaraan aangepast door ergens spanning te zetten. Gebaseerd op je ervaringen van toen houdt je brein ook nu nog je omgeving scherp in de gaten en gaat het uit van dezelfde scenario’s. Ook als de werkelijkheid van Nu heel anders is. Onbewuste voorspellingen en aannames over de wereld en wat jou dan veilig houdt sturen niet alleen wat je doet maar ook hoe je je voelt.

 

Dit is precies waarom lichaamsgerichte therapie zo’n ander resultaat geeft dan puur cognitief werk. Want hier kom je niet bij door erover na te denken; het is immers onbewust. Maar je lichaam laat het wel zien.  Je zenuwstelsel heeft alles onthouden wat je hoofd is vergeten of heeft weggerationaliseerd. Elke keer dat je als kind moest inslikken wat je voelde, is daar een spoor van achtergebleven, in je spieren, je ademhaling, je zenuwstelsel.

 

Dat is ook waarom je hoofd je slimmer maakt, maar niet automatisch vrijer. Je kunt oneindig veel begrijpen over jezelf en toch, op het moment dat het erop aankomt, terugvallen in hetzelfde oude patroon. Lichaamsgerichte therapie werkt rechtstreeks met dat systeem, door het de kans te geven om eindelijk iets anders te ervaren dan het gewend is. In een afgestemde, ondersteunende relatie leert je zenuwstelsel opnieuw dat je veilig bent en dat je er mag zijn. Je oefent met het uiten van je gevoel, ook juist de minder comfortabele kanten ervan, en ervaart hoe het is om echt ontmoet te worden met alles wat er in je leeft.

Wat dit doet voor je relaties met anderen

Zodra de relatie met jezelf verandert, verandert bijna vanzelf ook hoe je in contact staat met anderen. Je merkt dat je minder hard reageert op een terloopse opmerking. Dat je jezelf minder vaak hoeft te bewijzen om ergens bij te horen. Dat je dichter bij jezelf kunt blijven, ook wanneer een ander iets anders vindt of voelt dan jij. Dat komt doordat jij vanuit een stevigere plek in jezelf reageert, in plaats van vanuit je oude overlevingspatroon. Zo leer je beter bij jezelf te blijven in het contact met een ander, en ontdek je hoe het worden van een aanwezige, liefdevolle ouder voor jezelf impact heeft op al je relaties, van je partner tot je kinderen tot je vriendinnen.

Het perspectief

Dit is waar het naartoe leidt. Een lichaam en een zenuwstelsel dat weer kan zakken, ook op de dagen die niet perfect verlopen. Ontspanning die vanzelf komt omdat er eindelijk iets is opgelost op het niveau waar het echt zit, in plaats van ontspanning die je met wilskracht afdwingt. Ruimte om te genieten zonder dat schuldgevoel op de achtergrond meespeelt. Echte verbinding, met jezelf allereerst en van daaruit met de mensen om je heen. Dit is de beweging van altijd ‘aan’ naar meer ontspanning, stap voor stap, in je lichaam.

Je hoeft dit niet alleen te doen. Sterker nog, dat kan ook helemaal niet. Je zenuwstelsel is gemaakt voor contact. En therapie biedt een mogelijkheid om te ervaren hoe het is als er iemand écht bij jou aanwezig is. Afgestemd, veilig en beschikbaar. Precies dat is vaak de missende ervaring die zorgt voor niet alleen nog dieper inzicht maar vooral voor echte, blijvende verandering. 

Samen zoeken naar wat wél werkt

Misschien ben je stiekem een beetje klaar met al dat werken aan jezelf. Je weet inmiddels veel, maar merkt dat begrijpen niet automatisch betekent dat er iets verandert.

Als je voelt dat het tijd is voor een andere ingang, ben je van harte welkom voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen kijken we dan of lichaamsgerichte therapie je kan helpen om werkelijk iets anders te gaan ervaren.

Waarom vrouwen in januari vaak zo moe zijn – en wat daar écht bij helpt

Waarom vrouwen in januari vaak zo moe zijn – en wat daar écht bij helpt

De kerstvakantie is al een tijdje voorbij, de agenda loopt weer vol en ineens… is het alsof je batterij er definitief mee stopt. Je slaapt maar wordt niet uitgerust wakker. Je hoofd is mistig. Kleine dingen maken je emotioneel of juist vlak. En diep vanbinnen denk je: “Wat is er mis met mij? Waarom werkt mijn lijf niet mee?”

Laat ik je dit meteen zeggen: er is niets mis met jou. Dit is geen zwakte. Dit is een logisch gevolg.

Altijd nét over je eigen grens

Veel vrouwen zijn enorm goed in doorgaan. In aanpassen. In zorgen. Nog even dit afmaken. Nog even sterk blijven. Nog even de schouders eronder.

December is daar een perfecte snelkookpan voor. Werk afronden, iedereen zien, cadeaus regelen, gezelligheid creëren, emoties dragen (die van jezelf én van anderen). En ondertussen merk je wel signalen… maar je luistert er niet echt naar.

Een zenuwstelsel dat altijd 'aan' staat

Wat er vaak gebeurt, is dit: je zenuwstelsel staat al maanden – soms jaren – in de ‘aan‘ stand. Doorgaan, regelen, alert zijn. Ook als je ‘rust’, staat er vanbinnen nog iets strak gespannen.

In december gaat daar nog een schep bovenop. Je leeft op wilskracht. Op adrenaline. Op “nog even”.

En dan… valt de druk weg. De vakantie begint. De verplichtingen stoppen.
En precies dán zegt je lijf: “Oké. Nu ga ik herstellen.”

Dat voelt niet als ontspanning. Dat voelt als instorten.

En net als je weer een beetje bent bijgekomen is het alweer januari. Alles start weer op. Maar je lijf – en jij – hebben nog weinig zin.

"Je lijf laat je niet in de steek, het communiceert met je."

Waarom rust vinden soms zo moeilijk is

Echte rust vraagt iets anders dan een vrije dag of een avond op de bank. Het vraagt dat je jezelf weer gaat voelen. En dat is spannend als je dat lang niet gedaan hebt.

Veel vrouwen hebben onbewust geleerd:

  • Ik moet het zelf doen
  • Ik mag anderen niet belasten
  • Eerst de ander, dan ik
  • Rust verdien je pas als alles af is

Maar je lijf werkt niet met to-do lijstjes. Je zenuwstelsel herstelt alleen als het zich veilig voelt. En veiligheid ontstaat door zachtheid, vertraging en verbinding – niet door nóg beter je best doen.

Wat helpt wél?

Niet nóg een plan. Niet nóg een doel. Maar een andere manier van luisteren.

  1. Begin met opmerken, niet oplossen
    Voel eens: waar zit spanning in je lijf vandaag?
    Zonder het weg te willen hebben. Of te veroordelen.
  2. Oefen met stoppen vóór je leeg bent
    Niet pas rust nemen als je instort, maar bij de eerste signalen.
    Een pauze voordat je hoofd ‘ja’ zegt en je lijf eigenlijk ‘nee’.
  3. Wees zachter voor jezelf dan je gewend bent
    Zou je zo tegen een vriendin praten die zich zo voelt?
    Waarschijnlijk niet. Die vriendelijkheid mag ook naar jou.

4. Leer leunen (ja, echt)
Je hoeft het niet alleen te dragen.
Steun ontvangen is geen falen, het is regulatie. Samen ontladen, samen ademen, samen even niet sterk hoeven zijn.

5. Verbind je weer met je lijf
Wandelen zonder doel, maar met aandacht. Langzamer bewegen. Je adembeweging opmerken. Niet om iets te bereiken, maar om jezelf weer te voelen.

Dit is geen 'januari dip', maar een uitnodiging

Om het patroon te zien waarin je steeds over je eigen grenzen gaat.
Om niet nóg een jaar hetzelfde te doen.
Om je lijf serieuzer te nemen dan je innerlijke criticus.

Je hoeft niet te wachten tot je opnieuw instort om het anders te doen.
Je mag nu al kiezen voor meer verbinding, meer steun en minder moeten.

En als je voelt: “Ik weet dit wel, maar ik kom er zelf niet uit”, dan is dat precies het moment om het niet meer alleen te blijven doen.

Zachter leven leer je niet in je hoofd.
Dat leer je in contact. Met je lijf. En met een veilige, aanwezige ander.

Verdiepingsgroep voor vrouwen in Leiden

Op 15 maart start er een nieuwe groep voor vrouwen die al het nodige aan persoonlijk werk hebben gedaan. En die verlangen naar verdieping, samenzijn en moeiteloosheid. Deze groep is voor jou, als je herkent dat je:

  • er klaar mee bent om zo hard aan jezelf te werken, maar wel verlangt naar diepere verbinding
  • op zoek bent naar een plek waar je echt kunt landen, in een veilige bedding
  • wilt ervaren hoe het is om te leunen, zonder daar je best voor te hoeven doen
  • toe bent aan verdieping en integratie van alles wat je al weet, maar meer wilt belichamen.

Nieuwsgierig? Op deze pagina lees er alles over en neem vooral contact met me op als je mee wilt doen of vragen hebt. Je bent van harte welkom!

Vaker tips en inspiratie ontvangen?

Laat hiernaast je gegevens achter en ik stuur je (ongeveer eens per maand) mijn nieuwste blog toe. 

Met lichaamsgerichte therapie op weg naar meer zelfliefde

Ben je klaar met die innerlijke stem die zegt dat het nooit goed genoeg is? En heb je al van alles geprobeerd, maar nog niet iets gevonden waar je je écht beter door gaat voelen? Dan ben je welkom om een langs te komen voor een gratis sessie, online of live op de praktijk in Leiden.

Daarin vertel ik je precies waarom lichaamsgerichte therapie je zo goed kan helpen om al dat inzicht om te zetten in echte, blijvende verandering. Ook onderzoeken we samen wat jij precies nodig hebt en wat daar de beste route voor is. Vanaf januari is er weer ruimte in mijn agenda; je bent van harte welkom!

5 survivaltips voor de feestdagen (met een flinke dosis zelfliefde)​

5 survivaltips voor de feestdagen (met een flinke dosis zelfliefde)

De feestdagen kunnen heerlijk zijn, maar ook voelen als een jaarlijkse stresstest. Juist nu komen oude patronen haarscherp naar boven. Voor je het weet ben je bijvoorbeeld harder bezig met wat een ánder wil of nodig heeft dan met wat jóu eigenlijk goed zou doen. 

Bang om iemand teleur te stellen, voelen dat je tekortschiet, of automatisch in dat “ik regel het wel”-standje schieten nog voordat iemand erom gevraagd heeft. Als je jezelf hierin herkent: je bent écht niet de enige.

Precies daarom deel ik deze vijf feestdagentips. Ze helpen je om midden in alle decemberdrukte wat vaker terug te keren naar jezelf, met meer rust, meer ruimte en vooral meer zelfliefde. Zodat jij het óók nog een beetje leuk hebt. Komt ie!

1. Je moet he-le-maal níks

Nee, ook niet omdat een ander iets “zo graag wil”. Tuurlijk kun je rekening houden met elkaar, maar dat moet dus wel twee kanten op. Dus: onderhandel!

Vind je samen eten best gezellig, maar heb je geen zin om uren in de keuken te staan? Laat iedereen iets meenemen. Vieren jullie kerst altijd bij je (schoon)ouders, maar zou jij het stiekem ook weleens leuk vinden als zij naar jullie komen? Zeg het hardop.

En voor de echte durfal: heb je totaal geen zin in dat verplichte etentje, ook al wil-hij-het-zo-graag? Boek een dagje sauna en zeg dat je nu al uitkijkt naar een weerzien later op de avond.

2. Focus op waar je wél blij van wordt

Je doet dit ergens voor. Misschien omdat de kinderen er intens blij van worden. Misschien omdat je dan die leuke neefjes en nichtjes weer ziet. Of omdat je het ook wel leuk vindt om iedereen te zien. Maar zelfliefde is ook: kiezen waar je je aandacht op richt.

Dus hou je focus daar waar je blij van wordt. Niet op die passief-agressieve opmerking van je moeder. of die irriante nicht. Maar op die blije gezichtjes (en -hopelijk- lekker eten). Dat vindt je zenuwstelsel een stuk fijner!

"Rust is niet iets dat je moet verdienen, maar iets dat je nodig hebt"

3. Lege tijd (ja, dat moet op de planning)

Ik kan dit niet hard genoeg roepen: PLAN LEGE TIJD! Juist in deze drukke weken is het verleidelijk om maar door te rennen als een soort kerstelf op energie­drankjes. Maar je zenuwstelsel trekt dat niet.

Zonder rust stapelt alles op. Gevolg? Kort lontje, overprikkeld, minder genieten. Dus laat ruimte tussen….ALLES. 

Een ochtend zonder plannen.

Een wandeling alleen.

Tien minuten op de wc met de deur op slot en niemand die “mamáááááá” roept.

Jij eerst, dan de ander. Dát is gezonde zelfliefde. 

4. Vertraag

Lijkt op de vorige tip, maar is anders. Je mag best bezig blijven. Maar doe het langzamer. Met aandacht. Geen deadlines, geen marathons van “alles moet klaar”.

Je ziet wel of het lukt. Wat af is, is af. Wat niet af is, blijft gewoon liggen. Jouw innerlijke rust is belangrijker dan perfecte cadeau’s of een ideaal gedekte tafel.

En om in die rust te kunnen blijven, is het nodig dat je terugschakelt. Zelfliefde is geen karaktereigenschap, maar een skill set die je kunt trainen. En mindfull doen wat je doet is daar een belangrijk onderdeel van.

rsz_vitaly-gariev-dfcapbvruqo-unsplash

5. Iedere dag iets voor jezelf doen

Zelfliefde zit in kleine dingen. Iedere dag iets doen waar je blij van wordt, of waar je zenuwstelsel van ontspant, is een krachtig tegengif voor ‘alles-wat-moet’.

Een cappuccino in stilte.

Een rondje buiten wandelen met je favoriete muziek.

Drie pagina’s van een boek.

Dansen in je woonkamer op foute kersthits.

Maak er tijd voor; dat is hoe je stresssysteem ontspant en jij weer oplaadt.

Bonustips 6 & 7

6. Check je zorgverzekering

Gun jezelf in het nieuwe jaar wat financiele ruimte voor passende steun en check je zorgverzekering! Via deze link kun je precies zien welke zorgverzekeraars complementaire geneeswijze (waaronder therapie bij mij) vergoeden vanuit de aanvullende verzekering. En je hebt nog tot 1 januari om over te stappen. 

7. Doe mee aan de Winter Workshop: een avond om écht te landen bij jezelf

Merk je dat je juist in deze drukke weken wat meer ruimte nodig hebt? Dan ben je welkom bij de Winter Workshop op 16 december van 19:00 tot 21:30. We starten met een rustige meditatie op de energie van de Winterwende en zakken daarna dieper in ons lijf met zachte, lichaamsgerichte oefeningen.

Vanuit die ontspanning zetten we in de groep jouw intentie voor het nieuwe jaar neer; zo krijgt hij veel meer kracht en helderheid. Je gaat naar huis met ontspanning, focus en een gevoel van diepere verbinding. Met jezelf én anderen.

Vaker tips en inspiratie ontvangen?

Laat hiernaast je gegevens achter en ik stuur je (ongeveer eens per maand) mijn nieuwste blog toe. 

Met lichaamsgerichte therapie op weg naar meer zelfliefde

Ben je klaar met die innerlijke stem die zegt dat het nooit goed genoeg is? En heb je al van alles geprobeerd, maar nog niet iets gevonden waar je je écht beter door gaat voelen? Dan ben je welkom om een langs te komen voor een gratis sessie, online of live op de praktijk in Leiden.

Daarin vertel ik je precies waarom lichaamsgerichte therapie je zo goed kan helpen om al dat inzicht om te zetten in echte, blijvende verandering. Ook onderzoeken we samen wat jij precies nodig hebt en wat daar de beste route voor is. Vanaf januari is er weer ruimte in mijn agenda; je bent van harte welkom!

Verbinding kwijt in een relatie of vriendschap? Dit helpt.

Herken je dat gevoel dat je iemand dichtbij eigenlijk kwijtraakt? Dat je telkens weer vastloopt in dezelfde oude patronen – in je relatie, met een vriendin of zelfs op je werk? Het kan pijnlijk en verwarrend zijn als de verbinding ineens weg lijkt. Gelukkig is het meestal mogelijk om die weer te herstellen.

Hoe we verbinding verliezen

Ze buigt naar het raampje van de auto en ik zie het al aan haar gezicht; deze dame is niet in een milde bui. Wat ik begrijp, als je bij 37 C in de brandende zon tussen de autodampen staat.

“Papers please.” Mijn man graait wat om zich heen, geeft haar de autopapieren en zijn rijbewijs. “Passport!” Ik zie hem schrikken. “I don’t have it with me”. Waarop ík schrik.

“Hoezo, je hebt hem niet bij je???” “Ja, ik dacht dat mijn rijbewijs genoeg was….”

En daar ging het mis. Na een lange reisdag, een oververhitte auto en een hoop gezeur vanaf de achterbank, had ik weinig innerlijke ruimte over. In mij ging een heel circus van stemmen aan.

De Controlefreak: “zie je wel, als ik er niet bovenop zit gaat het mis!!!”. De Criticus: “sukkel!”” en “eigen schuld, je wéét dat je dat soort dingen niet aan hem kunt overlaten” en de Boze Betweter “dit zou mij echt nóóit overkomen”.

Allemaal reacties op mijn eigen schrik. En oh, wat ken ik dat goed. Het gebrek aan vertrouwen, het keiharde oordeel en die superieure houding – allemaal beschermingsmechanismen. Die me weghalen bij mezelf én bij de ander.

Dit is precies hoe het werkt als je de verbinding verliest. Je wordt geraakt in iets ouds, iets wat ooit waar was, maar nu niet meer. Overlevingsdelen nemen het stuur over. En ineens reageer je vanuit een kindpijn in plaats van vanuit je Volwassen Zelf.

Wat er gebeurt als de verbinding wordt verbroken

Of het nu in een relatie, vriendschap of samenwerking is: als oude patronen de overhand krijgen, verlies je contact. Niet alleen met de ander, maar vooral ook met jezelf. Je voelt je klein, tekortgedaan of alleen. En omdat de intensiteit vaak hoog is, ga je juist nog harder duwen, oordelen of terugtrekken – wat de afstand alleen maar groter maakt.

Dat maakt verbinding verliezen zo pijnlijk. Het triggert onze diepste kindstukken: niet gezien, niet gehoord, verlaten. En vaak herhalen we dit patroon (onbewust) in het hier en nu.

Hoe je de verbinding weer herstelt

Het goede nieuws: verbinding herstellen is altijd mogelijk. Niet altijd meteen met de ander, maar wél met jezelf. En vanuit daar ontstaat vaak ook weer ruimte om de ander echt te bereiken. Wat helpt daarbij?

Wanneer je weer toegang hebt tot je Volwassen Zelf, verandert alles. Je hoeft dan niet meer terug te trekken, te vechten of jezelf te verliezen. Er komt ruimte om weer echt contact te maken – met jezelf én met de ander.

In mijn praktijk werk ik met mensen die juist hiermee worstelen. Mensen die verlangen naar meer verbinding – met zichzelf, met hun partner, vrienden of collega’s. Het is mijn missie om hen te helpen loskomen uit oude patronen, en weer te ontdekken hoe het is om écht in contact te zijn.

Is dat ook waar jij naar verlangt? In september heb ik weer ruimte voor een aantal gratis kennismakingsgesprekken. Daarin kijken we samen of ik iets voor je kan betekenen.

Daarnaast zijn er dit najaar weer mooie momenten om live mee te doen. Bijvoorbeeld een dag Familieopstellingen, het Herfstritueel of de start van een nieuwe Vrouwengroep. Allemaal kansen om jezelf dieper te ontmoeten en meer verbinding te ervaren. Hieronder vind je de agenda voor dit najaar; ik ontmoet je graag!

Workshops en trainingen voor meer verbinding

🌱 Zondag 14 september (10:00 – 17:00) – Familieopstellingen
Samen met William Wilson organiseer ik weer een dag voor (ex)cliënten en anderen die al eerder innerlijk werk hebben gedaan. Een kans om een hardnekkig patroon te doorbreken, een vraag in te brengen of als representant de helende kracht van opstellingen te ervaren.

🍂 Zondag 21 september (10:00 – 13:00) – Herfstritueel
Een ochtend waarin we stilstaan bij de overgang naar de herfst. Verbind je met de energie van dit seizoen, neem tijd om te vertragen en ervaar de kracht van samenkomen in ritueel. Onderdeel (ook los te volgen) van de workshopreeks ‘Een jaar in verbinding’.

🔥 Vrijdag 31 oktober – Start vrouwengroep ‘’Zin in jezelf; ruimte en steun voor jouw levensvuur””
Een training speciaal voor vrouwen die verlangen naar meer moeiteloosheid, bedding en levensenergie. Ruimte om jouw innerlijk vuur te voelen en te voeden samen met gelijkgestemden.

Zelf ervaren?

Meld je dan aan voor het moment dat jou het meest aanspreekt en gun jezelf de kans om weer dieper in verbinding te komen – met jezelf én met anderen.

Vragen? Mail of bel me gerust, ik beantwoord ze graag. Of laat hieronder je gegevens achter, ik reageer binnen twee werkdagen.

Benieuwd hoe het afliep op onze vakantie?

Heel eerlijk; het duurde wel even. Maar toch was ik op een gegeven moment in staat om ‘sorry’ te zeggen. Voor mijn felheid, die niet bij mijn man thuishoort.  En kon ik uitspreken dat ik niet alleen was geschrokken, maar ook geraakt. In een oud verhaal waarin ik er alleen voorsta en alles zelf moet doen, omdat het anders ‘’mis’’ gaat.

 

Dat ik ervan baalde dat het nu ook daadwerkelijk mis was gegaan. Of nou ja, bijna dan. Want ik wil die bevestiging voor mijn Controlefreak helemaal niet. Steeds overal bovenop zitten is namelijk (naast dodelijk vermoeiend) ook gewoon echt niet leuk. Voor niemand.

 

En daarop kreeg ik zijn erkenning; dat het nogal stom van hem was geweest. Hij ook wel snapte dat ik baalde en boos werd. Dat hij dat ook was, op zichzelf. Maar hier wel van had geleerd. En we hadden een mooi, diep gesprek over hoe onze patronen in dit voorbeeld in elkaar grijpen.

 

Is het daarmee gelijk opgelost? Nee, tuurlijk niet. Maar we waren weer samen. Ieder met ons eigen stuk, maar wel weer in verbinding. En daar gaat het om.

Deze blog volgen?

Laat hiernaast je gegevens achter en je ontvangt -ongeveer eens per maand- mijn nieuwste blog met tips, inspiratie en de actuele agenda. 

Deze 3 vaardigheden maken je leven een stuk leuker!

Er is lijden in het Leven. Dat is de eerste ‘edele waarheid’ in het Boeddhisme – en een feit waar we ons graag en vaak tegen verzetten. Want: pijn is niet fijn.  Toch is het een heel goed idee om te accepteren dat dit zo IS. 

Maar daar moest ik mezelf wel even aan helpen herinneren, toen ik al op dag één van onze verre reis het haar van mijn jongste vasthield terwijl ze haar maaginhoud leegde boven de wc pot. Of toen ik de dag daarna zelf ging. Of bij het insmeren van mijn 68 zandvliegbulten (inclusief allergische reactie) die de paradijselijke strandervaring behoorlijk verpestten. De dodelijk kwallen en Chinese toeristen met een selfie-verslaving maakten het er niet veel beter op.

Ik had natuurlijk gruwelijk chagrijnig kunnen worden. En to be honest kwam er op dag 7 ook een moment dat ik huilend naar huis wilde gaan, na de zoveelste tegenslag. Na zes nachten van gemiddeld zo’n twee uur slaap (#jetlag) was ik ein-de-lijk in slaap gevallen. Om een paar uur later wakker te worden van mijn oudste, die aan mijn bed stond met een acute oorontsteking. Op de avond voordat we naar een prachtig huisje op het strand zouden vertrekken om te gaan snorkelen.

“Ja sorry schat, je mag de komende week wel het water niet in”. Echt, ik kon wel janken. 

Dus het lukt niet altijd :).

Maar. Het had heel veel erger kunnen zijn. In mijn vorige leven had ik mezelf goed afgestraft, met opmerkingen als “tja, je hebt je ook niet goed voorbereid”, “waarom moet je dan ook zo nodig je gezin meeslepen naar de andere kant van de wereld” en “dat krijg je er nou van”.  

Waardoor ik inderdaad chagrijnig zou zijn geworden, met uitvallen naar de kinderen en verwijten aan het adres van mijn man als gevolg. Niet omdat die iets verkeerd gedaan had, maar gewoon omdat hij in de buurt was. 

Nu koos ik een andere route. Na de zandvliegjes en de oorontsteking was mijn grens bereikt en heb ik al mijn oude programmering het raam uit gegooid. Ik keek mijn man aan en zei: “en NU gaan we naar dat vijfsterrenhotel”. 

Gevolg? Drie heerlijke dagen op een dik matras met airconditioning, buffet, activiteiten voor de kinderen en massage service. Oh ja, en een gapend gat in het reisbudget, maar dat kon me dus niks meer schelen.

Opgeladen en vol goede moed doken we vervolgens de diepe jungle in. Wat daar gebeurde is voer voor een ander blog, maar het werd in ieder geval een stuk leuker.

Dankbaar dacht ik terug aan de Vipassana training en alle andere mediatie oefeningen sindsdien. Want mediteren doe je niet om Zen te worden, maar om te leren zitten met wat er IS. En om ruimte te creëren om niet vanuit automatische patronen te reageren maar meer bewust te kiezen voor wat dienend voor je is. 

En dat brengt me bij de eerste van drie vaardigheden die niet alleen een reis maar het leven in het algemeen echt een stuk leuker maken. 

1) Met je blote billen op een mierenhoop blijven zitten

Oftewel: leren lijden. Wat vooral betekent ophouden met het verzet tegen die eerste nobele waarheid, namelijk het gegeven dat er lijden IS. Ga ermee zitten. Adem. Voel. En doe niks. 

Dat laatste, dat is de truc. In mijn geval betekende dat bijvoorbeeld niet krabben en geen Chinezen overboord gooien. Want meestal verergert dat de zaak alleen maar. 

2) Lief zijn voor jezelf

In plaats van de innerlijke zweep erover te halen als er dingen anders gaan dan gepland, kun je ook eens stilstaan bij wat je behoefte in het Nu is. En daar dan voor gaan zorgen.

Een vijfsterrenhotel bijvoorbeeld. Maar soms is het zo simpel als het dichtklappen van de laptop en een rondje gaan lopen. Of de lauwe bak koffie teruggeven en vragen om een nieuwe.

3) Lichaamsbewustzijn opbouwen

Boeddha ging na die eerste edele waarheid, er is lijden, nog veel verder. Met als goede nieuws dat er ook een weg uit het lijden is en een achtvoudig pad dat daartoe leidt. Nu ben ik zelf geen Boeddhist (al vind ik wel heel veel dingen mooi en waardevol aan deze leer) en wil ik jou al helemaal niet bekeren. Maar dat er een weg uit het lijden is, daar ben ik van overtuigd. 

En die begint in mijn optiek bij het leren (her)kennen van je automatische patronen, verwondingen en mechanismen uit je kindertijd die ooit dienend waren maar je nu vooral in de weg zitten. Is dat makkelijk? Nee. Maar wel zeer de moeite waard. 

Je belangrijkste helper bij deze heldentaak is je eigen lichaam. Want DAT is waar je kwetsuren en patronen voelbaar worden. En waar je ze kunt veranderen. Het is ook de plek waar je contact kunt krijgen met wat JIJ eigenlijk wilt en wat je nodig hebt. Altijd in het Nu.

Hulp bij nodig? Dan ben je welkom.  Er is weer wat ruimte in mijn agenda voor individuele sessies en de kennismaking is gratis.

Warme groet,

Selena

Start de zomer met rust in je hoofd en vuur in je hart

Als kind was ik het liefst buiten.
Niet op het schoolplein of in een speeltuin, maar in het echte buiten. Ik kon uren verdwalen in het park bij ons in de wijk, op zoek naar kikkers, zwerfstenen en geheime paadjes. Of klauterend over rotsen tijdens vakanties in Kroatië, met geschaafde knieën en het zout van de zee in mijn haar.

In de natuur voelde ik me thuis.
Niet omdat ik het daar allemaal zo goed begreep — maar juist omdat ik niets hoefde te begrijpen. De bomen, het water, de stenen — ze vroegen niks van me. Ze waren er gewoon. En tussen dat alles verdween de tijd. Verdween ik, eigenlijk. En vond ik mezelf.

De natuur was mijn veilige plek.
Een plek waar ik kon ademen, waar mijn lijf ontspande en mijn gedachten stil werden. Waar ik kon voelen dat ik onderdeel was van iets groters, zonder dat iemand me dat hoefde uit te leggen. Mensen vond ik vaak ingewikkeld. Maar de natuur — die sprak mijn taal.

Misschien herken je dat wel.
Die behoefte om even los te komen van de hectiek. Terug te keren naar eenvoud, naar stilte, naar iets wat klopt — zonder dat je er woorden aan hoeft te geven.

Een heel krachtige manier om dat te doen is samen in een cirkel te stappen, in de vorm van een ritueel. Je intenties uitspreken. Gezien worden. En voelen dat je gedragen wordt — door de aarde onder je, het vuur tussen ons, en de mensen om je heen.

Dat kan spannend zijn, ja. Gezien worden is kwetsbaar. Maar het is ook precies wat ons zo menselijk maakt: de diepe wens om écht te mogen verschijnen zoals je bent.

Binnenkort is er weer zo’n moment.

Op zondag 15 juni nodig ik je uit om van 10:00 tot 12:30 samen de zomerzonnewende te vieren. Een ochtend waarin we stil staan, loslaten, en helderheid scheppen voor het seizoen dat voor ons ligt.

Deze zonnewende is ook een keerpunt: het licht is op z’n hoogst, maar vanaf nu worden de dagen langzaam korter. Het is een moment van overvloed én inzicht. Een kans om te vieren, én te luisteren. Naar jezelf. 

  • Wat is er in jou gegroeid sinds de winter?

  • Wat mag je loslaten om ruimte te maken voor het nieuwe?

  • Wat wil er tot bloei komen in jou deze zomer?

Hier bewust tijd en aandacht aan besteden zorgt ervoor dat je met meer energie, lichtheid en helderheid de zomer in kunt gaan.

Om dit vorm te geven heb ik teruggegrepen op mijn oorspronkelijk achtergrond als antropoloog, waar ik heel veel heb mogen leren van natuurvolkeren en hun rituelen. Alles in een modern jasje, dat natuurlijk wel, en niet te zweverig – want dat past me niet.

Wat dan wel?

Een ritueel

We verzamelen in een cirkel rond het vuur, op een plek in de natuur.
We openen met stilte, adem en aanwezigheid. Er is ruimte voor dankbaarheid, voor delen, voor wandelen met een vraag, voor loslaten en voor intentie.

Op de foto zie je de plek en hoe het er daar nu uitziet. Wat er precies gebeurt, ontdek je als je erbij bent. Maar reken op zachtheid, kracht, stilte, natuur, vuur en een liefdevolle cirkel. Op aandacht en ruimte voor jezelf. En op een zaadje planten voor datgene wat jij graag tot bloei wil laten komen deze zomer.

Wat het je brengt

  • Rust en even stilstaan, in een tijd vol beweging

  • Verbinding met jezelf, de natuur en gelijkgestemden

  • Helderheid over wat jij wilt laten groeien

  • Loslaten van wat je belemmert

Blijf je mee lunchen?

Na het ritueel is er een potluck lunch. Neem iets lekkers mee om te delen (fruit, salade, brood, taart, kruidenthee…).

We eten samen, kletsen na, verbinden verder of staren in stilte naar het vuur. En als je na het ritueel liever naar huis gaat is dat ook helemaal prima; alles mag.

Praktisch

Waar: Voedselbos Okkerheide in Leiden
Wanneer: Zondag 15 juni (en bij slecht weer op 22 juni)
Tijd: 10:00 – 12:30 (lunch optioneel daarna)

Voor deze ochtend vraag ik een bijdrage van 45 euro per persoon. Goed om te weten: deze workshop is onderdeel van ‘Een jaar in verbinding’; een reeks seizoensworkshops. Doe je aan alle vier mee, dan krijg je korting.

Laat jouw zomer beginnen vanuit bewustzijn en verbinding. Meld je nu aan door een reply te sturen op deze mail, of stuur me even appje.

Zie ik je bij het kampvuur?

Liefs,

Selena